donderdag 25 april 2019

Rondje Texel: weinig peddelzeilen


Een rondje Texel blijft een behoorlijke prestatie. Aangezien mijn conditie tijdens de Paasdagen 2019 vrijwel nul was, besloot ik mijn Flat Earth-zeiltje mee te nemen. Een steuntje is nooit weg. De tocht met vijf mede-kajakkers van Never Dry uit Rotterdam (Marianne, Erik, Iede, Jan) en Chris uit Nijmegen verliep zeer aangenaam, maar ik kon slechts voor 15 procent van de tijd het zeiltje bijzetten. De wind werkte niet echt mee. Soms te zeer tegen, maar meestal te zwak.

Ebstroom
Gezien het tij werd besloten om op 20 april om 12.00 uur te vertrekken uit Den Helder en via de Noordzeekant naar camping Robbenjager in De Cocksdorp te varen, zo'n 34 kilometer. De ebstroom trok ons lekker vlot door het Marsdiep onder een indigo lucht die wazig overging in een even blauwe zee. Ik zette meteen het zeiltje op want de wind was oost-noord-oost. Dus bijna op halve wind peddelzeilde ik een beetje, maar de wind was slechts kracht 2 à 3 dus veel stelde het niet voor. Voorbij de Noorderhaaks nam de goddelijke ebstroom al snel af. Eenmaal in noordelijke richting langs het strand met blaffende honden en spelende kinderen waren we op onszelf aangewezen. Maar de wind waaide hier een ietsje pietsje harder, ondanks de luwte van de duinen dus kon ik inmiddels wat scherper aan de wind nog heel wat voordeel halen uit het zeiltje. Ik kon volstaan met de helft van de peddelslagen die mijn mede-kajakkers maakten, peddelzeilend op zo'n veertig graden aan de wind. Dat was lekker. Ook dit keer merkte ik hoe gemakkelijk je behoorlijk wat snelheid haalt uit maar weinig peddelslagen, ondanks de scherpe koers. Wel hoorde ik af en toe 'hé, lui varken', maar dat ben ik inmiddels gewend.




Uit met de pret
Helaas was het uit met de pret naarmate we verder gingen want de Texelse kust is geen lineaal maar buigt geleidelijk af naar het oosten. Dus hoe verder we gingen, des te scherper ik moest peddelzeilen. Nog onder De Koog was het wel zo'n beetje afgelopen. Zeiltje plat en verder normaal peddelen. Na een pauze bij paal 16 en nog eentje bij de Slufter, werd het even menens met de wind. Die trok verder aan en stond nu pal tegen.Volgens mede-vaarder Iede kwam dat doordat de oostelijke wind  bij de kop van Texel als het ware wordt omgebogen en het hoekje omgaat naar beneden. De laatste kilometers tot het Eierlandse Gat waren inderdaad pittig. Zeker voor mij, als weinig ervaren zeekajakker op langere afstanden. Iede moest mij even moed in praten, vooral omdat ik niet goed wist hoe ruig het eraan toe zou gaan tussen Texel en Vlieland. Als kind waarschuwden talloze Terschellingers mij al uit de buurt te blijven van het Amelander Gat en andere spookgaten.
Eenmaal voorbij de strekdam werden we gegrepen door de inmiddels gekenterde stroom die ons het gat introk. Allemachtig, dat was een mooi gezicht. Een pyloon van zeven meter hoog lag kreunend op een oor. Aan de achterkant trok een ziedende watermassa een diepe kuil. Ik schoot er rakelings langs met de snelheid van een snorfiets. Het tij stond nu tegen de wind dus hotsen klotsten we verder. Al na een minuut of tien schoven we op het strand bij De Cocksdorp alwaar een loodzware klim tegen het duin volgde met volgepakte kajaks.

Vlieland
De volgende dag deden de meest sportievelingen nog een half rondje Vlieland, voortijdig afgebroken doordat Chris zich niet lekker voelde en onder begeleiding terugkeerde. Jan schoot onderweg nog een prachtig plaatje van een zeehond die de groep achtervolgde.

Ik bleef wijselijk op de camping om te herstellen, maar Erik vroeg of ik mee ging met 'een wandelingetje'. Ach, waarom niet? Wat begon als een leuke promenade door het duin op mijn sandalen, werd uiteindelijk een dodenmars van ruim twintig kilometer langs het strand, de Slufter, de polders, de nieuwbouwwijken ver buiten de De Cocksdorp, nog even een omweg naar een supermarkt, een kroket en een liter bier op een duf terrasje en dan op naar de camping. Na zeven uur marcheren in Eriks tempo en vier blaren zeeg ik ineen op een geleend luchtbed omdat ik de mijne was vergeten. Daarna herinner ik me niks meer.

Terugtocht
Meer dood dan levend begon ik op dag drie aan de terugtocht. Weer de duinen over met volle kajaks met de karretjes losjes bungelend aan de onderkant. Iede toonde nog een laatste keertje de route op de geplastificeerde kaarten: een onmogelijk eind de Waddenzee op, een wantij over om uiteindelijk in de Texelstroom het eiland weer te benaderen. Bijna tien kilometer omvaren, sakkerju! Ik hoorde in gedachten mijzelf de vraag stellen waarom we niet gewoon strak langs de dijk konden. Een domme vraag, zo vermoedde ik.


Vertrek vanaf De Cocksdorp, pauze in Oudeschild. Aankomst pal naast de veerboot in Den Helder



Enfin, een schrale troost was wel dat we zover oostelijk moesten, dat we daarna zuidwestelijk zouden terugsteken en dus het zeiltje weer op kon met een halve tot ruime wind in de rug. Ook deze dag echter geen spectaculair peddelzeilen. Er was weliswaar windkracht vier tot vijf voorspeld met golven van een meter wat bij mij leidde tot een schietgebedje tijdens het ontbijt, maar het zou de hele dag tot twee, hooguit drie beperkt blijven. Met dat flauwe briesje in de rug ging ik al gauw zo snel dat ik helemaal geen wind meer voelde.
In Den Helder bleek hoe bijzonder dat was. Er stond daar, boven land, opeens wel de voorspelde stevige wind. Iede had gezien dat ook bij Vlieland de hele dag windkracht 5 was gemeten. Een goddelijke hand had een zachtaardige bubbel over ons heen gedrapeerd. Wonderlijk want meestal waait het op zee harder dan boven land. Moet ik vaker doen, schietgebedjes. Hoewel, lieve Heer, een windkrachtje erbij was mooier geweest. Dank u.

Met dank aan Jan (foto's) en Iede voor de organisatie, met name alle berekeningen van de getijden en de juiste vertrektijden . Het was een leuke puzzel.   

donderdag 7 maart 2019

Ja hoor, een kapseis!

Ja hoor, ik ben omgeslagen. Met een Falcon-zeiltje. Wel een beetje mijn eigen schuld. Heel erg mijn eigen schuld. Helaas geen foto's want het gebeurde in het pikkedonker.
Op mijn vaste clubavond van Never Dry aan de Kralingse Plas in Rotterdam was op 6 maart 2019 alleen Iede mijn vaste kameraad aanwezig. Hij wilde wel varen, ik ook een beetje, maar ik was net hersteld van een gemene bronchitis dus riep ik op voorhand dat ik het 'rustig aan' wilde doen. Misschien dat ik daarom mijn Falcon-zeiltje opzette. Dan hoefde ik niet zo hard aan de bak.

Laveren
De wind was draaierig, viel soms helemaal weg en stak dan weer even op met eind windkracht 3. Eerst een stuk op halve wind, toen voor de wind, weer halve wind en het laatste stuk tegenwind. Ik maakte aanstalten op mijn zeiltje plat te gooien toen Iede uitdagend begon te roepen dat hij mijn blogs had bestudeerd en dat hij nu wel eens wilde zien hoe ik zou laveren tegen de wind. Dus vooruit, in het pikkedonker draaide ik op goed geluk van de wind af. Ik zag geen klap, dus evenmin of mijn zeiltje wel goed stond. En toen gebeurde het...
Een flinke windstoot kwam opeens van opzij, terwijl ik mijn zeiltje waarschijnlijk nog te dicht had staan vanwege de aan-de-windse koers. Een klassiek probleem waarvoor je altijd moet oppassen. Mijn Capella helde vervaarlijk over en ik dacht nog 'Jongen, je hebt nog een beetje bronchitis, je hoeft dit gevecht niet te leveren'. Dus besloot ik de schoot los te gooien. Dat deed ik iets te snel met als gevolg dat de hele santekraam nog vervaarlijker de andere kant op helde. Ik deed nog een slappe poging om te scullen (waarom geen hoge steun???) maar voelde al dat het onvermijdelijke ging gebeuren. Ik vond het eigenlijk wel best. Op de een of andere manier had ik wel de behoefte om eens lekker om te gaan. En zo geschiedde. Dankzij het zeil dat nu plat op het water lag, leek het of ik even op m'n zij bleef hangen. Daarna zakte ik heel langzaam verder naar beneden. Opeens herinnerde ik mij dat ik mijn brillenkoordje niet droeg. Dus drukte ik onder water met een hand mijn peperdure, gloednieuwe bril vast op mijn hoofd. En dus kwam ik niet toe aan een rol of zoiets. Het werd een wet exit.

Puntje
Iede vond het jammer. Ik had gewoon moet kloppen op de boot, dan had hij mij een puntje gegeven. Hij was immers vlakbij. Maar ja, ik vond mijn bril nog belangrijker. Iede wist zowaar de hele boot met zeiltje en al half terug te draaien om hem enigszins te legen. Hij kon natuurlijk alleen het verre puntje pakken zodat het zeil ongehinderd omhoog kon draaien. Na nog wat gehannes belandde ik weer in de boot met een heel hook. Iede vond het maar 'zo zo' gaan. 'Je hebt dat toch geoefend?' Ik merkte dat ik eigenlijk geen zin had om uit het water te komen. Ik vond het best lekker om even te ontspannen. M'n zwemvest drukte wel tegen m'n kin, ik had een Long John met goedkope anorak van € 34 (bij Declathon) aan, maar voelde me niet echt koud worden. Een wonder want later ontdekte ik dat ik de rits van mijn Long John open had gelaten om mijn pens te ruimte te geven.

Leuk
Enfin, spatzeil weer dicht, zeiltje alsnog plat en varen maar weer. Nu recht tegen de wind in zoals het hoort. Iede had het ondanks zijn strenge toon best naar zijn zin. Hij vindt het leuk om mensen uit het water te vissen. Volgens de juiste methoden. Het was inderdaad een goede reddingsoefening in het pikkedonker. 'Mijn week is weer goed!' schalde hij over het water.

maandag 4 maart 2019

Nice to know ofwel kajakzeilen voor nerds



Wie lekker wil kajakzeilen zonder gedoe, zou deze blog ook net zo lekker over kunnen slaan. Wie meer wil weten over de details van het kajakzeilen kan hier wel terecht. Ik heb nog niet alle antwoorden, maar kan wel duidelijk maken hoe ver je kan gaan met de details. Net als wedstrijdzeilers die werkelijk overal aan willen denken om 1 seconde eerder over de finishlijn te varen. Voor kajakzeilers geldt echter: ‘nice to know’. Zeker niet ‘need to know’. Tenzij je een wedstrijd wilt houden, maar dan zou ik een echte zeilboot kopen (met peddeltje voor de zekerheid).



Het meest intrigerende onderdeel van (kajak)zeilen voor de echte nerd is de aan-de-windse koers. Om schuin tegen de wind te varen, komt het aan op een goed zeil en voor kajakvaarders natuurlijk de mate van meepeddelen. Het moge duidelijk zijn (zie ook ‘Kajakzeilen voor dummies 2’) dat een jacht prima aan-de-wind kan zeilen, maar dat een zeilkajak dit minder goed kan en wat hulp nodig heeft van de peddelaar. Waarom?

  1. Het zeiloppervlak is naar verhouding een stuk kleiner dan dat van een jacht, rekening houdend met het grote verschil in waterverplaatsing.
  2. Een zeilkajak mist een fok voor extra windstroom en dus zuigkracht achter het zeil.
  3. Een goed kajakzeil loost behoorlijk wat wind om omslaan te voorkomen. Dit gaat ten koste van de snelheid bij met name aan-de-windse koers.
  4. De drift speelt geen rol dankzij de enorme lange waterlijn en geringe breedte van een kajak, afgezet tegen de geringe zijdruk van een zeiltje. Een kajak is in feite al een enorme scheg. De drift is te vergelijken met die van een zeilschip met kiel of zwaarden.



Hoe dan ook, een peddelzeiler moet meepeddelen bij een scherpe aan-de-windse koers (zeg ongeveer 35 graden van de wind af), wil hij harder gaan dan pakweg 3 kilometer per uur. Niet hard meepeddelen, maar wel wat. Zo kan hij snelheden behalen van 6 tot 10 kilometer per uur.

En juist hierin zit de magie. Er bestaat het vermoeden onder ervaren kajakzeilers dat de toegevoegde snelheid van de rustige peddelslagen plus de stuwkracht van het zeil tezamen meer snelheid opleveren dan de optelsom van de afzonderlijke krachtbronnen. Er zit blijkbaar een mysterieuze ‘derde kracht’ verborgen in de kajak.

Het schijnt dat motorzeilers hetzelfde meemaken (motor + zeil = meer dan alleen de motor of alleen het zeil bij elkaar opgeteld).

De verklaring moet zijn dat het zeil beter presteert als het wordt geholpen door een motor of peddelaar. Ik bedoel dus nog meer geholpen dan alleen door de extra snelheid vanwege een extra krachtbron. Kennelijk krijgt het zeil meer ‘lift’ waardoor je meer cadeau krijgt dan alleen je toegevoegde peddelslagen.

Iedere expert zal dit bevestigen, maar ik moet eerlijk zeggen dat ik het zelf niet goed kan inschatten. Ik denk dat het waar is, maar kan het nog niet bewijzen. Ik heb wel eens een stukje drie keer aan-de-wind gepeddelzeild met een gps-meting – eerst alleen peddelen, dan alleen zeilen en daarna peddelen plus zeilen – maar dat is nog geen bewijs voor de geheimzinnige derde kracht. Ik zag wel extra snelheid op de gps in de derde ronde, maar dat kan ik ook onbewust zelf hebben gedaan, hopend op een gunstige uitslag. Vertrouw jezelf nooit!



En zo kwam ik op het idee op een experiment te houden met een betrouwbare krachtbron, de motor. Ik wil drie keer dezelfde koers aan-de-wind varen met een motorsailor. Met motor, met zeil en daarna met beide. Ik plaatste onlangs een oproep op zeilersforum.nl, een van de meest actieve fora voor totale zeilnerds. De vraag luidde, vrij vertaald, ‘Wie wil mij meenemen op zijn motorjacht voor dit experiment?’ Dat heb ik geweten. Niemand meldde zich als vrijwilliger, maar velen toonden wel betrokkenheid door met zeer uitgebreide adviezen, analyses, meningen en formules te komen met de nodige vectorberekeningen, polaire schema’s en de nodige hydrostatica. Ik was zwaar onder de indruk van de enorme kennis onder zeilers die net als ik ook maar een hobby hebben.

Ik zal de discussies hier niet over doen, de thread die ik begon dijde uit tot wel een kilometer lang, maar ik heb wel conclusies getrokken. Die heb ik voorgelegd aan iedereen, zonder verder commentaar dus ik neem aan dat ik de juiste conclusies heb getrokken. Ik zal er hier een paar delen. 



1. Aan-de-wind peddelzeilen betekent dat je door het meepeddelen meer wind langs je zeil laat gaan. Je creëert 'je eigen wind'. Dat is goed.

2. De schijnbare wind kruipt echter met iedere peddelslag verder naar voren, waardoor je in feite nog scherper aan de wind peddelzeilt, ook al hou je keurig koers ten opzichte van de werkelijke wind. Er komen plooien in het voorlijk (te veel wind komt achter het zeil). Dat betekent krachtverlies van het zeil en dus vertraging van de bootsnelheid. Dus hoe harder je meepeddelt, des te minder het zeil nog meedoet. *



3. Door extra peddelkracht creëer je eigen wind, wat meer zijdelingse druk van het zeil oplevert maar daardoor krijg je ook meer laterale weerstand over de hele lengte van de kajak. De kajak wordt zo een varende bandschuurmachine, wat de snelheid weer omlaag brengt. Dit geldt met name voor lichte wind. Bij hardere wind is het extra zeilrendement misschien groter dan het snelheidsverlies door meer laterale weerstand.




* Om dit te begrijpen, is het goed om te weten wat schijnbare wind is. De invloed is namelijk behoorlijk groot.

Ligt een kajak stil dwars op de wind, dan komt de wind ook echt van opzij. Ga je peddelen, dan zal de wind ook een beetje voor voren komen. Zou je een vlaggetje hebben in de top van je zeiltje, dan wappert dit vlaggetje eerst gewoon mee met de zijwind. Ga je snelheid maken, dan zal het vlaggetje iets naar achteren draaien. Dit effect is de schijnbare wind. Deze schijnbare wind heb je op iedere koers. Lig je stil met de wind in de rug, dan zal de kajak al wat vooruit worden geblazen. Ga je meepeddelen, dan zal de wind steeds zwakker worden, totdat het windstil lijkt te worden. Je peddelt dan net zo hard als de wind waardoor je dan geen enkel profijt meer hebt van de wind.

De term ‘schijnbaar’ is een beetje verwarrend omdat de heersende wind op en rond de boot helemaal niet schijnbaar is. Deze wind is eigenlijk op dat moment de werkelijke wind waar je mee te maken hebt, ook al is de officiële windrichting van het KNMI anders. 

De dramatische gevolgen van schijnbare wind. Hier een voorbeeld uit de zeilerij, met veel te hoge bootsnelheid maar dit maakt wel duidelijk hoe groot het effect is, ook bij lagere snelheden. AWA = Apparant Wind Angle (schijnbare windrichting), TWA = True Wind Angle (werkelijke windrichting).  Bij een snelheid van 18,5 km/uur op halve wind zou de wind dus maar liefst 45 graden opschuiven naar voren. Bron: Zeilersforum.nl en SailAid.

In wezen is dit hele verhaal natuurlijk puur theorie, leuk voor nerds. In de praktijk is de zoektocht naar de mysterieuze 'derde kracht' een beetje onzinnig. Om te beginnen peddel je aan-de-wind met een zeiltje nooit precies hetzelfde als zonder zeiltje, zeker niet als het flink waait. Je moet met een zeiltje meer op je balans letten, af en toe roer geven en soms een boogslag maken. Bovendien zal de 'derde kracht' al gauw verdwijnen in de golven die schuin van voren komen en de kajak soms even behoorlijk afremmen. Hoe harder je gaat, des groter de impact van de golven. 
Verder is het effect van de schijnbare wind op een aan-de-windse koers nog desastreuzer dan op halve wind. Op halve wind heb je nog wat speelruimte met een wind die verder naar voren kruipt. Je zou dan je zeiltje iets verder kunnen intrekken om tegemoet te komen aan de scherpere wind. Maar als je al scherp aan de wind vaart, heb je die speelruimte niet. Je zeiltje staat al ver ingetrokken. Je kan dan maar beter niet te hard peddelen om te voorkomen dat de schijnbare wind bijna recht van voren komt. En daarmee vliegt het voordeel van de zogenaamde 'derde kracht' zo uit het raam!

Maar ja, ik wil toch weten hoe het zit met die 'derde kracht' en zal daarom het experiment wel houden. U hoort nog van mij.

Al met al is alleen de eerste conclusie hoopgevend voor de aanname dat peddelkracht plus zeilkracht tezamen meer snelheid oplevert dan de afzonderlijke bronnen bij elkaar opgeteld (bij aan-de-windse koersen). De extra lift van het zeil wordt echter behoorlijk ondermijnd door de laatste twee conclusies: de schijnbare wind die steeds verder naar voren kruipt tot voorbij een acceptabele aan-de-windse koers en de zijdelingse, schurende weerstand in het water. 
Tjd voor het experiment met een motorzeiler om dit te onderzoeken. U hoort nog van mij!

donderdag 21 februari 2019

Over de woeste baren, de voorlopers van Flat Earth

De eerste generatie moderne peddelzeilers waren nogal onverschrokken types. Hier een stokoud YouTube-filmpje van kajakzeilers die nog een doorgestoken mast gebruiken vlak voor de kuip en gewoon tentdoek als zeiltje. Een ingenaaide spriet zit er al in, net als bij de huidige Flat Earth-zeiltjes. Deze spriet houdt het zeil bovenin naar achteren waardoor er voldoende oppervlak ontstaat terwijl het zeiltje laag blijft wat goed is om al te veel hellingkracht te voorkomen. Nadeel van deze eerste generatie zeiltjes is dat ze minder goed aan de wind konden komen.d


Excuses voor de wat gezwollen muziek van Mendelssohn op de achtergrond. 

dinsdag 19 februari 2019

Kajakzeilen voor dummies (2) - Hoe te kiezen tussen Flat Earth en Falcon

Wie dit leest, is geen dummy meer. Je hebt immers al 'Kajakzeilen voor dummies (1)' gelezen. In deze blog ga ik wat dieper in op de verschillen tussen het Flat Earth-zeiltje en het Falcon-zeiltje. Grof gezegd is Flat Earth zeer vergevingsgezind en daardoor minder snel maar wel geschikt voor normale  peddelzeilers tot desnoods windkracht 6 op groot water met golven van pakweg anderhalve meter. Falcon is sneller bij alle winden, dus prima voor recreatieve peddelzeilers die een relaxed dagje willen varen. Maar in windkracht 5 à 6 is de Falcon een razendsnelle Arabische volbloed. Spannend voor ervaren peddelzeilers die een kick nodig hebben, minder aan te raden voor beginners vanwege de grotere hellingkrachten. Het is dus verstandig om eerlijk in de spiegel te kijken en je af te vragen wat voor een type vaarder jij bent voordat je een keuze maakt.

Om alvast in de stemming te komen hier een YouTube-filmpje van Patrick Forrester, de man van Falcon Sails. Windkracht 5 met uitschieters naar 6 zo te zien, in de rug. Af en toe schiet hij opzij naar halve wind om zijn medevaarders in de gaten te houden. Woeiiii… Is dat wat voor jou of toch liever niet?
https://youtu.be/ysVTtX4H8B0

En hier een filmpje van 17 februari 2019 met mijn Falcon-zeiltje op de Grevelingen, met een heel licht briesje van net windkracht 3, varend op halve wind. Met dank aan cameraman Adrian Iogru. Hij heeft een beetje moeite om mij bij te houden terwijl ik nauwelijks peddel. Dit is typisch een Falcon-zeiltje: al aardige snelheid bij zeer lichte wind. Met mijn oude Flat Earth-zeiltje zou ik deze snelheid niet halen.


Laten we eens kijken naar de verschillen in het ontwerp van de twee zeiltjes om de verschillende prestaties te begrijpen en te waarderen.

Twist
Een belangrijk kenmerk van een goed zeiltje is de mate van twist, ofwel spiraalvorm. Een zeil is geen plat stuk doek maar staat enigszins gedraaid. Het onderkant staat daarbij minder ver uit dan de top van het zeil. Zo ontstaat een zekere draai, spiraal of wokkelvorm in het zeil. Voor een deel gebeurt dit vanzelf omdat alleen het onderlijk met de giek vast staat aan de schoot, terwijl bovenin het zeil losser hangt en dus een beetje kan wegdraaien van de wind. Voor een ander deel snijden zeilmakers de banen van het zeil zodanig dat er nog extra twist in komt. Maar waarom is die spiraalvorm nodig?

Helaas hebben zeiler niet met slechts één windrichting te maken. Op het eerste gezicht natuurlijk wel. Als je bijvoorbeeld op halve wind vaart, zal de wind haaks op de boot staan. Dat is simpel. Maar ja, de boot beweegt zelf ook naar voren. Dit heeft behoorlijke invloed op de haakse hoek van de wind. Stel dat je een vlaggetje in top hebt staan. Die zal bij een stilliggende boot precies opzij wapperen. Maar als de boot snelheid oppikt, zal het vlaggetje ook een beetje naar achteren gaan. Voor de zeiler lijkt de wind opeens een beetje schuin van voren te komen als hij naar het vlaggetje kijkt of de wind op zijn gezicht voelt. Dit valse beeld noemen we de 'schijnbare wind'. De werkelijke wind komt natuurlijk nog steeds van opzij.
Nou is het probleem dat de zijwind meestal bovenin in het zeil harder waait dan beneden, waar dikwijls de golven de wind een beetje verstoren. Het effect van je eigen voorwaartse snelheid is bovenin dus minder want daar overheerst toch de harde, ongehinderde zijwind. Beneden is het effect van de voorwaartse snelheid wat groter omdat daar de zijwind niet vrij kan waaien. Je hebt dus beneden meer het idee dat de wind schuin van voren komt dan bovenin. Dus.... zou ook het zeil beneden wat meer naar binnen moeten staan - alsof je schuin tegen de wind in zeilt - en bovenin juist wat losser omdat daar de wind toch echt meer van opzij komt. En voilá, ziedaar de noodzaak van een zeil met de juiste twist.

Een hektjalk met veel twist: de giek staat ingetrokken terwijl de top van het zeil behoorlijk ver uitwaait. Foto: zeilmakerij Molenaar

 Twist is ook belangrijk bij kajakzeiltjes, hoewel het verschil in windrichting onder en boven natuurlijk veel kleiner is. Er is daarom nog een belangrijke reden voor twist in het kajakzeil. Door de spiraal in het zeil zal een deel van de wind omhoog draaien en over de bovenkant verdwijnen. Dit heet 'windspil' en is erg prettig bij harde wind. De hellingkracht is dankzij de twist nog net te hanteren.
Flat Earth heeft op dit idee zijn hele bedrijfsfilosofie gebaseerd. Een Flat Earth-zeiltje, oorspronkelijk ontwikkeld op de ruwe Tasmanzee bij Australië, is bij uitstek geschikt voor harde wind. De meeste wind vliegt vanzelf naar boven en is dan foetsie. De eerste modellen hadden extreem veel twist, later is dat wat teruggebracht naar normale proporties.

Een oud model Flat Earth Code Zero, met maar liefst 21 graden twist (verschil tussen giekstand en zeilstand bovenin). Zie hoe gemakkelijk de wind naar boven spiraalt en daar over het zeil verdwijnt. 

Een nieuwer model Code Zero met 12 graden twist. Hier wordt de wind beter vast gehouden.

Nog een opmerkelijk verschil tussen Flat Earth en Falcon is dat het Flat Earth-zeiltje van bovenaf gezien een gelijkmatige bolling heeft. Het lijkt wel alsof de makers een cirkel hebben bedacht en daar een stuk uit hebben genomen.
Falcon heeft veel meer de vorm van een vliegtuigvleugel (zie 'Zeilen voor dummies'). De bolling zit vooral direct achter de mast en loopt dan flauw uit naar achteren. Dit creëert een zuiging achter het zeil dat enorm helpt bij de voorwaartse kracht. Vrijwel alle zeilen ter wereld hebben dat vliegtuigprofiel.
Ook hier zie je verschillen in de bedrijfsfilosofie. Falcon gaat voor power, Flat Earth voor eenvoud en hanteerbaarheid voor beginners. De gelijkmatige bolling in het Flat Earth-zeiltje ontstaat bijna vanzelf door de ingenaaide buigzame spriet die de bovenkant van het zeiltje uithoudt. Hierdoor blijft het zeiltje laag met minder hellingkracht, met toch een redelijk oppervlak. Het gevolg van een ingenaaide spriet is echter wel dat de vliegtuigvleugelvorm er moeilijk in komt. Een Flat Earth-zeiltje moet het daardoor waarschijnlijk doen met aanzienlijk minder zuiging aan de achterkant.  Wat trouwens ook weer hellingkracht scheelt. Heel fijn in harde wind, maar minder voordelig in lichtere wind.

Hanteerbaarheid
Rest nog de hanteerbaarheid van beide zeilen bij het opgooien en weer neer laten. Dit is belangrijk bij harde wind en golven. Het moet allemaal kinderlijk eenvoudig en snel gebeuren want je wilt niet te lang prutsen zonder handen aan je peddel in wiebelige omstandigheden. De zeiltjes doen wat dit betreft niet voor elkaar onder. Beide gebruiken een draaibaar mastvoetje en een voorstag waarmee je het zeiltje optrekt of weer laat zakken als het allemaal te ruig wordt. De zeiltjes laten zich snel opvouwen. Een elastiek erover en klaar is Kees.
Een verschil is wel de lengte van de mast/giek. De mast van het Falcon-zeil komt in neergelaten toestand zo'n twintig centimeter verder naar achteren dan het andere zeil. Een Falcon-zeiltje zal dus bij de meeste kajaks helemaal langs de kuip liggen. Het Flat Earth-zeiltje komt tot hooguit de helft van de kuip, wat weer iets scheelt in de bewegingsvrijheid van je peddel. Dit hangt uiteraard af van de plek waar je het mastvoetje plaatst. Hoe verder naar voren hoe beter, tot een dekbreedte van zo'n 17 centimeter. Nog smaller levert problemen op met de hoek van de zijstagen. Die mogen niet te steil staan omdat de neerwaartse kracht dan te groot wordt.
Hetzelfde verschil zien wij bij de gieklengte in staande toestand. Falcon heeft een iets langere giek (zo'n vijftien centimeter extra) waardoor je bij ingetrokken zeil op aan-de-windse koersen eerder met je peddelblad tegen het zeiltje aan kan tikken. In die gevallen zal je wat lager moeten peddelen om onder de giek te blijven. Dit doet zich niet voor bij alle andere koersen omdat het zeiltje dan verder uitstaat. Zelf heb ik vanwege dit euvel mijn Falcon verder naar voren geplaatst, ver voorbij de minimale breedte van het dek, met een doorgestoken mast die geen verstaging nodig heeft. Ik kan deze ingreep echter niet aanraden aan mensen die het niet leuk vinden om een winter lang aan hun boot te knutselen met gatenzaag en polyester. Het standaard tuig is dan veel beter!

De twee zeiltjes ontlopen elkaar niet veel in prijs. Een complete set van Falcon (1 vierkante meter-zeil plus alle toebehoren) kost $ 545,- Een iets groter zeil van 1,4 vierkante meter met groter tuig: $ 575,- Een los zeiltje kost $145,- Het grotere zeiltje $ 175,-Zelf een tuig maken is niet goedkoper, is mijn ervaring. Zelf een zeiltje ontwerpen is nog veel erger. Zonder uitgebreide software is dat vrijwel onmogelijk. Ik zou daar niet aan beginnen. Het kost ook een hoop geld met grote kans op teleurstelling. Zie ook www.falconsails.com

Een Flat Earth type Trade Wind van 0.8 vierkante meter compleet met toebehoren kost 500 euro, via importeur Axel Schoevers (www.zeekajak.nl). De zeiltjes komen uit Engeland, dus opschieten met bestellen want na de Brexit zou de prijs wel eens omhoog kunnen gaan.

Beide leveranciers zijn misschien gevoelig voor kwantumkorting als bijvoorbeeld tien mensen in één deal een zeiltje bestellen.





maandag 18 februari 2019

Falcon zeil in lichte wind, Grevelingen




Grevelingen, 17 februari 2019, ten westen van de Hompelvoet op weg naar Ouddorp. Cameraman Adrian Iorgu. Peddelzeiler Berend Schilder, met Falcon-zeiltje. Windkracht 3 (bijna), Zuidzuidwest.

Rollen zonder zeiltje

Rollen zonder zeiltje is voor mij nu nog een hele klus. Pas sinds kort lukt het zo af en toe. Gelukkig heeft medelid Sjaak-Jan van onze naburige kanovereniging RCC in Rotterdam mij een keertje gefilmd zodat ik kan zien wat ik toen - die ene keer - fout deed. Na goed kijken zag ik het opeens: op het moment van de sweep met mijn peddel draai ik het blad op het laatste moment nog ietsje naar beneden. Geen wonder dat de peddel tijdens de vegende beweging naar beneden zakt en nul steun biedt, de meest voorkomende fout van beginnende rollers.
Ik vind het sowieso lastig om ondersteboven hangend mijn peddel helemaal op het wateroppervlak te krijgen. Het lijkt wel alsof ik te stijf ben in mijn heupen en rug om ver genoeg naar boven te reiken. Met duikbrilletje zie ik precies hoe ver het wateroppervlak is en dat ziet er voor een lange man als ik uit alsof ik me omhoog moet werken uit de gezonken Koersk-duikboot op 800 meter diepte. De gedachte is dan: 'Dat gaat je nooit lukken!' Ik kan maar beter zonder brilletje oefenen. Hier het filmpje met de net verkeerde bladstand waardoor de peddel tijdens de draai veel te snel naar beneden zakt. Ik kom maar net boven. Pfff...


Dit soort filmpjes zijn ontzettend leerzaam. Je ziet precies wat je fout doet. Dat dringt misschien dieper door in je hersenpan dan een instructeur die achteraf vertelt wat er mis ging. Maar goed, deze fout zal ik niet meer maken. Op naar de volgende... Ik zie in het filmpje nog wel meer rare dingen. Mijn hoofd komt te vroeg omhoog doordat ik niet lang genoeg naar mijn peddelblad kijk. En de peddelsteel trilt tijdens de rol heen en weer ten teken dat ik veel te veel brutekracht zet. En dat komt weer doordat het blad wegzakt. En om over de heupzwaai nog maar te zwijgen. Die mag ook nog wel iets krachtiger. En misschien houd ik mijn linkerhand niet dicht genoeg bij mijn romp. Geen wonder als je reikende peddelblad wegzakt. En zo maak ik mezelf gek. Filmpjes zijn eigenlijk helemaal niet leuk.