maandag 28 januari 2019

De ultieme koers: scherp aan de wind

(Deze blog zal ik binnenkort aanpassen, op grond van vele discussies met zeilexperts)

Hier is het allemaal om te doen: scherp aan de wind varen, ofwel schuin tegen de wind in. Technisch gezien is dit pas echt peddelzeilen. Zie hiervoor ook mijn blog 'Zeilen voor dummies'. Ik wil hier graag mijn eigen ervaringen en die van de Schotse peddelzeiler Douglas Wilcox delen met deze wat mysterieuze koers. 

Allereerst is duidelijk dat schuin tegen de wind in peddelzeilen, tot zo'n 35 graden, niet echt gaat zonder peddelen. Of je nou een licht briesje hebt of harde wind, je komt zonder peddelen zelden boven de drie kilometer per uur. Pas als je verder van de wind stuurt, loopt de snelheid zonder peddelen flink op. Dit is een groot verschil met zeiljachten die aan de wind wel wat harder kunnen. Oorzaak is vermoedelijk dat jachten een veel groter zeiloppervlak hebben, zelfs als je de grotere waterverplaatsing van een jacht meerekent. Het verschil is nog groter als een jacht ook nog een fok voert. 
Voor kajakzeilers aan de wind zit er dus niks anders op dan meepeddelen. De boot gaat dan uiteraard sneller, maar de wind strijkt dan ook sneller langs het zeiltje wat extra lift creëert. Om dit te begrijpen is onderstaande plaatje verhelderend. De pijl is de windrichting.



Energie
Stel, de energie die de kajakker overbrengt op zijn peddel is telkens gelijk aan 10 Kilowatt/uur, wat een snelheid oplevert van, laten we zeggen, 5 kilometer per uur (zie links).
Vervolgens zet hij een zeiltje en stopt met peddelen (midden). De wind langs het zeiltje levert een schamele kracht van 4 Kilowatt/uur, wat een snelheid geeft van 2 kilometer per uur. Niet veel dus.
Dan besluit hij mee te peddelen, met precies dezelfde kracht als eerst; 10 Kilowatt/uur. De grap is nu dat de optelsom van deze peddelkracht en de kracht van het zeiltje niet klopt. De kracht van de peddel en het zeiltje tezamen is aanzienlijk groter (rechts). En de bootsnelheid dus ook. 
De reden is dat de zeilende kajakker met zijn peddelslag extra wind langs het zeil toevoegt. Zo levert het zeil aanzienlijk meer kilowatt/uur op dan dat het zeiltje op eigen kracht moet werken. Je zou ongetwijfeld hetzelfde effect zien op een zeiljacht als de bemanning mee zou roeien.  Hun inspanning zou ook dan meer snelheid opleveren dan dezelfde roeikracht zonder zeilen. Misschien een leuk idee om regatta's te organiseren waarbij naast het zeilen alle vormen van spierkracht zijn geoorloofd. 
Alle gekheid op een stokje, ik wil nog een experiment houden met een zeilboot met motor omdat een motor een veel constantere kracht levert dan een peddelaar. Hoe zou bovenstaande plaatje uitpakken met een motor in plaats van een peddel?

Zin
Een prangende vraag is natuurlijk of kajakzeilen zin heeft op een koers tegen de wind in. Uiteraard kun je niet pal tegen de wind in peddelzeilen. Het zeil zou wild gaan klapperen en niks meer opleveren, eerder tegenwerken. Maar wat als je schuin tegen de wind vaart en om de zoveel minuten de boot door de wind stuurt en de wind van de andere kant komt? Ben je al zigzaggend ('laverend') sneller of langzamer dan een gewone kajakker die recht tegen de wind opbokst?

De Schotse peddelzeiler Douglas Wilcox heeft dat een keer haarfijn uitgezocht met een gps-meting in een stevige tegenwind en zijn bevindingen gepubliceerd op zijn blog seakayakphoto.com. Hier zijn resultaat, met een zeiltje van Flat Earth:





De blauwe zigzaglijn is zijn werkelijke koers, met een snelheid van 6,7 kilometer per uur. De rechte rode lijn stelt een denkbeeldige kajakker voor zonder zeiltje. De tijd die Wilcox nodig had om zigzaggend van A naar B te komen, heeft hij als het ware geprojecteerd op zijn denkbeeldige collega. Hieruit concludeerde hij dat deze kajakker zonder zeil 5,1 kilometer per uur had moeten varen om gelijktijdig bij B aan te komen. 
Op deze manier kan iedereen voor zichzelf bepalen of hij sneller of langzamer is dan een peddelzeiler. Wie normaal gesproken met 5.1 kilometer tegen windkracht 4 kan opboksen, is net zo snel als de zigzaggende Wilcox.

Addertje
Er zit natuurlijk een addertje onder het gras. Wie zegt ons hoe hard Wilcox heeft gepeddeld en hoe hard de gewone kajakker heeft gepeddeld? Zo bezien zegt deze test niet zo veel. Maar duidelijk is wel, ook volgens mijn eigen ervaringen, dat je aan de wind peddelzeilend nooit zo'n mooie, consistente peddelslag hebt. Je moet met windstoten ook meer op je balans letten, achterwaarts roer geven, misschien wat steunen of uitleunen. We mogen er rustig vanuit gaan dat Wilcox minder hard voorwaarts heeft gepeddeld dan zijn imaginaire collega. In de praktijk is peddelzeilen tegen de wind in - al laverend - stukken minder vermoeiend dan tegen de wind in beuken zonder zeiltje! Je bent dus misschien niet eerder bij punt B, maar wel minder vermoeid. Bovendien is een Falcon-zeiltje naar mijn idee nog meer in het voordeel omdat dit zeiltje beter aan de wind komt, tot zo'n dertig graden.


Stroom en wind tegen


In de volgende situatie peddelzeilt Wilcox op de Solway. Op het moment dat hij naar de kant wil, heeft hij wind bijna tegen en de stroom werkt ook al niet mee. Toch komt hij al peddelzeilend thuis. Zijn gps-meting laat zien hoe.




Hij vaart links onderin het plaatje binnen. Bij A wil hij direct naar C. Dat is niet te doen: de zuid-zuid-oostelijke wind is net te scherp om met een Flat Earth-zeiltje tegenin te zeilen. Met een Falcon-zeiltje had het wellicht wel gekund. Hoe dan ook, de stroom komt vol in de zij waardoor Wilcox flink opzij zou zijn gezet en dus steeds meer aan de wind had moeten koersen om nog bij C uit te komen. Een gekmakende puzzel!

Hij besluit om eerst even op halve wind en pal tegen de stroom in naar B te varen. Met een lekkere halve wind kom je zeker tegen de stroom in. Bij B kan hij op 60 graden van de wind af naar C varen. Dat peddelzeilt prima. Bovendien komt de stroom nu enigszins schuin van achteren. Knap gedaan! 


De auto!
Zigzaggend tegen de wind in varen is niet sneller dan recht tegen de wind in peddelen maar het mooiste is natuurlijk dat een aan-de-windse koers over vele kilometers zonder laveren wel degelijk sneller gaat dan een gewone kajakker. En minder vermoeiend ook nog. Maar ja, op de een of andere manier hebben groepen kajakkers altijd de neiging om lange stukken recht tegen de wind in te willen. 'Daar staat de auto!, hoor ik dan. Nou ja zeg, had die dan een stukje van de wind af geparkeerd!
  

 

zondag 27 januari 2019

Reven: beter van niet

De wind waait stevig, dan hard en nog wat harder. De reflex van iedere zeiler is dan: reven! Reven wil zeggen dat het grote zeil wat kleiner wordt gemaakt. Dat gebeurt met vaste touwtjes in het zeil een stuk boven de giek, die normaal gesproken los bungelen. Met harde wind bindt de bemanning die touwtjes om de onderkant van het zeil en trekt de boel dan flink aan. Dit samengebonden zeil hangt op bruine-vlootschepen zoals tjalken en klippers los boven de dikke giek. Op moderne jachten gaan de touwtjes vaak ook om de giek heen zodat het gereefde zeil een geheel vormt met de giek.

En dan hebben we nog de fok. Die is met zware wind te vervangen door een kleinere fok (de stormfok) of een stukje op te rollen om de voorstag. Dat wil zeggen: de voorstag kan draaien en rolt de fok een stuk mee.

Met kajakzeilen hebben we de keus uit bovengenoemde manieren. Of je verkleint de onderkant van het zeil of de voorkant, direct achter de mast. Gezien het feit dat de meeste goede kajakzeiltjes een hoes hebben waar de mast in schuift, valt er weinig op te rollen met een draaiende mast of iets dergelijks. Een nog groter bezwaar tegen reven op die manier is dat het inkorten van de voorkant een groot verlies van het typische vliegtuigvleugelprofiel betekent. De belangrijke bolling van het zeil zit nou juist aan de voorkant, vlak achter de mast.

Blijft dus over reven aan de onderkant. Ik heb daar maanden geleden al eens diep over nagedacht, met een Falcon-zeiltje in gedachte. Zo kwam ik op een systeem om te reven vanuit de kuip, door aan slechts een lijntje te trekken. Geweldig!

De reeflijntjes zitten aan de ene kant vast aan de giek, lopen omhoog door het reefoogje en lopen dan weer naar beneden door een oogje op de giek (niet zichtbaar) waar zij samengesplitst worden met de centrale reeflijn die start vanaf het eerst reeflijntje (rechts) en dan alle reeflijntjes onderweg naar de kuip als het ware oppikt. De centrale reeflijn wordt belegd in een klemmetje op de giek. Trek deze lijn naar je toe en het zeil wordt over de hele breedte naar beneden getrokken in gelijke mate. Tenminste, als de hoogte van de reeflijntjes gelijk is aan de tussenafstand.

Enfin, dit ziet er mooi uit op een schermpje. En misschien werkt het ook nog, als je zo'n ineengefrommeld zeiltje niet lelijk vindt. En geen bezwaar hebt tegen permanente vouwen in je zeil.

Eenvoud
Het echte probleem is natuurlijk dat reven en de eenvoud van een echt goed kajakzeil niet zo goed samengaan. Het geeft toch een hoop extra lijntjes in het tuig en in platte toestand aan je dek. Lijntjes waar van alles achter kan blijven haken. Bovendien is het de vraag wat er nog overblijft van de aerodynamische eigenschappen van het zeil. Vergeet niet dat het zeil op een jacht of trotse klipper vele, vele malen groter is dan het lapje van 1 vierkante meter op een kajak. Een kajakzeiler die reeft, haalt een relatief enorm groot stuk van het zeil weg. Het zou zomaar kunnen dat zo'n mismaakt zeil meer hellende kracht oplevert dan voorwaartse kracht, terwijl je met harde wind juist niet op extra helling zit te wachten. 
Mijn advies over reven is daarom: beter van niet! Waait het harder dan jij aankan, gooi dan je zeiltje plat en peddel lekker verder.






Over mij

Mijn naam is Berend Schilder. Sinds kort heb ik deze blog in de hoop dat meer Nederlanders gaan kajakzeilen. Het is een geweldige ervaring om een goed zeiltje te zetten op een kajak, maar ben je de enige in een groep dan vlieg je vooruit en ben je zo uit zicht van de anderen. Dat is onveilig. Dus moet ik vaak cirkeltjes varen om de groep heen, vooruit varen en weer terug of constant afremmen. 


Foto Tom Vooges


Het zou leuk zijn om een groepje te leren kennen van alleen kajakzeilers. Dus vooruit, laat wat van je horen als het je wat lijkt! Tot nu toe hebben sinds het bestaan van deze blog vanaf januari 2019 twee mensen aangegeven het ook te willen proberen. 
Ik zit sinds vier jaar in een kajak en ben lid van de Rotterdamse kanoclub Never Dry. Daarvoor vaarde ik met een museaal vrachtschip dat ik ook al eens onder zeil probeerde te brengen. Een krankzinnig project dat nooit echt van de grond is gekomen maar kennelijk de opmaat was voor het kajakzeilen dat ik nu wel doe.
Vorig jaar heb ik een power point presentatie gegeven over kajakzeilen. Die kan ik nog wel eens geven, bijvoorbeeld voor andere kanoclubs in Nederland. Laat maar weten.


Berend Schilder



maandag 21 januari 2019

Interessante links

www.nakedkayakker.com
Van een onzer leden, Nena Vandebroek, van de Rotterdamse kanovereniging Never Dry. Met een mooie blog over toertochten wereldwijd en in Nederland. Speciale aandacht voor waterloopkundige bouwwerken in ons land (Nena is hydrografisch ingenieur).

www.seakayakphoto.com
De Schot Douglas Wilcox heeft een geweldige blog over kajakken in het algemeen en kajakzeilen in het bijzonder. Talloze toertochten en zeer veel aandacht voor de techniek van peddelzeilen en manieren van tuigen. Alleen over Flat Earth-zeiltjes.

www.flatearthkayaksails.com.au
De officiële site van Flat Earth. Zie ook YouTube, onder 'Flat Earth kayak sailing'.

www.falconsails.com
De officiële site van Falcon Sails, met veel technische informatie over zeiltjes, mast, giek, handige knopen voor kajakzeilers en een ontwerppagina waar je alvast je eigen zeiltje kunt ontwerpen (alleen de baankleuren). Plus een verwijzing naar facebook met reacties van klanten. En daar weer reacties op van Patrick Forrester, de man achter Falcon Sails. Zie ook YouTube, onder 'Falcon Kayak sailing'.

zondag 20 januari 2019

Mijn eigen Falcon-zeil

Ja, ik ben gestoord. Koop ik alleen een Falcon-zeiltje van Patrick Forrester, de rest van het tuig besluit ik zelf te maken. Met ook nog een doorgestoken mast door mijn kajakdek in plaats van het gebruikelijke flexibele voetje op het dek. Waarom toch?
Tja, als je lang bent, een lange peddel gebruikt en houdt van flinke voorwaartse slagen, kan het zeiltje wel eens in de weg zitten bij aan-de-windse koersen als het bijna helemaal is ingetrokken. Daar heb ik soms last van. De remedie is natuurlijk een mastje dat verder naar voren staat. Maar daar, ver voorbij je voorluik, is de boot wel erg smal (17 cm in mijn geval)en komen de zijstagen wel heel steil te staan. Eenvoudige mechanica leert ons dat hoe steiler de stagen staan, des te groter de neerwaartse kracht. Kortom, ik vertrouwde die smalle plek voorop mijn kajak voor geen meter. 

Avontuur
En zo kwam ik op het idee om dan maar de mast helemaal door te steken door mijn dek tot op de bodem van mijn boot. Dan heb je geen stagen nodig wat een keurig, strak aangezicht geeft. Dit was het begin van een groot avontuur. 
Ik vroeg mij eerst of een doorgestoken mast niet meer zou wrikken aan de boot waardoor de kans op kapseizen groter zou worden. Er zouden immers twee krachtpunten aan de boot trekken, in tegenovergestelde richting. Een kracht rond de uitgang van het mast door het dek, en een kracht door andere kant op vanaf de bodem van de boot. Ik ben geen wiskundige, dus dit hield mij 's nachts wakker. Ik heb er een plaatje van gemaakt: 


Links de doorgestoken mast, rechts de normale mast op het dek, met stagen
Deskundige kennissen met veel verstand van mechanica verzekerden mij unaniem dat het niet uitmaakt. Zolang alles vastzit aan elkaar, zal de hellingkracht van het zeiltje in gelijke mate doorwerken in de boot. Laat ik dat dus maar aannemen.

Allereerst zaagde ik een gat ik mijn dek en uit een oude zeevishengel de juiste maat pijp. Die heb ik zorgvuldig in mijn boot gelamineerd, precies onder het gat en precies haaks op de bodem zodat de mast ook precies vertikaal zou staan. Daarna de boel stevig dicht gelamineerd met glasmat en epoxy. Dit vereiste diverse lagen op een moeilijk bereikbare plek maar dat is gelukt. Aan de voet van de pijp heb ik eerst met schotjes en duckt tape een badkuipje gemaakt, de pijp daarin geplaatst en het zaakje volgegoten met epoxy. Het achterste schotje moet nog weg. 

Excuses aan iedereen die hier iets heel anders in ziet. 


Vervolgens ging ik op zoek naar een carbon buis van 25 mm diameter en twee meter lang, waarvan de onderste 25 cm in de pijp passen. Het werd een drielaags buis van unidirectioneel carbon die sterk genoeg is in alle buigrichtingen. Voor de zekerheid stopte ik massieve glasvezelpijpjes ('staf') op de drukpunten, met name de plek waar de mast uit het dek komt. Alle buigspanning verderop in de mast komt hier namelijk samen. 
Voor de rest volgde ik redelijk het originele tuig van Falcon. De onderdelen zijn wel verkrijgbaar na enig speurwerk op internet. 

Ovaal gat
De grootste uitdaging was deze: hoe krijg je vanuit de kuip een mast in een gat dat twee meter verderop zit??? De oplossing was een gat met een soort gootje waar de mast alvast in kon liggen als ik 'm omhoog hield met een hand. Zo zou de mast in ieder geval niet uit z'n gat schieten tijdens het optrekken. Het gat kreeg hierdoor van boven gezien een beetje ovale vorm. Tot nu toe ging het goed. 


Mastgat in wording, met aflopend gootje. De pijp is van een zeehengel, omwikkeld met carbon-epoxy waar het gootje aan vast is geboetseerd (met een stukje bezemsteel als malletje) 







Mastgat klaar. De topcoat mag nog wel een keer.


Optrekken
Voor het optrekken wilde ik een normale voorstag gebruiken die van de mast naar de toggle voorop liep en dan helemaal terug naar de kuip. Dan bleek foute boel. 





Tijdens een eerste proef op het droge bleek de mast met zeiltje en giek onderweg omhoog ook als een gek naar links en rechts uit te zwaaien. Zo zou de mast nooit recht boven het gat komen om in de pijp te zinken. Zeker niet op de golven! Een voorstag als treklijn werkte dus niet.
Ik besloot een lange stok te kopen bij de Gamma en prutste daar een haakje aan dat paste in een oogje in de top van het zeil. Dat werkte al beter, maar de wiebelige stok was bijna 2,5 meter lang. Hoe berg je die op? Geen fraai gezicht op een kajak en eigenlijk onhanteerbaar.

De echte oplossing kwam toen ik de rest van de zeehengel bekeek en zag dat er een lengte van zo'n 80 cm over was die precies op het uiteinde van de giek paste. Op die manier kon ik de giek wat verlengen en gebruiken om de mast helemaal op te drukken. Ik had daarmee ook redelijk grip op de mast om hem precies recht boven het gat te krijgen. Op het droge lukte dit prima.


Giek met opzetstuk om de mast op te duwen

Mis
Maar een week later ging het op het water in stevige wind al gelijk mis. De wind pakte het zeil en drukte mijn hele mast-giekcombinatie vrolijk opzij waardoor deze in het water viel.  Geen houwen aan vanuit mijn kuip! Gelukkig bleek dit eenvoudig te voorkomen. Aan de achterhoek van het zeil zit een zogenaamde klauwlijn van Falcon die het zeiltje daar verbindt met de giek. Het touwtje zit vast in een klemmetje op de giek zodat je het makkelijk kunt straktrekken of juist uitvieren. Zo creëer je meer of minder bolling aan de onderkant van het zeil.


Klauwlijntje

Ik koos voor een langer klauwlijntje van wel een meter zodat het zeil ongestoord kan wapperen in de wind zonder de giek mee te trekken. Dit bleek het ei van Columbus. Voortaan kan ik de giek en mast helemaal opduwen terwijl het zeil ongehinderd een stuk opzij kan waaien. Als de mast in de pijp is geploft, trek ik het klauwlijntje weer aan. Daar kan ik net bij als ik enigszins in de wind lig.

Giekneerhouder
Om de Falcon-way helemaal te volgen, heb ik ook nog een giekneerhouder aangebracht. Deze lijn begint onderaan de giek en loopt via een ring onderin de mast - vlak boven dek - terug naar de kuip. Zo kan ik de giek neertrekken, wat erg handig is als de wind in de rug de neiging heeft het zeil erg te laten bollen en dus de giek omhoog te trekken. Een wat strakker zeil is beter, dus de giekneerhouder trek ik dan lekker strak aan. 


De giekneerhouder.




Giekneerhouder (rode lijn)

Een bijkomend voordeel van de doorgestoken mast zonder stagen is dat het zeil en de mast 360 graden kunnen ronddraaien. Normaal heeft het Falcon-zeiltje stagen die boven de giek aan de mast vastzitten, dus dan kan de giek niet verder dan haaks op de kajak staan. Bij verder uitzwaaien komt de giek tegen de stagen. 
Ik vind het een veilig idee om met harde wind in de rug, als de oever sneller dichterbij komt dan je dacht en de boot niet zo gemakkelijk de hoek om kan draaien, gewoon het zeiltje verder uit te vieren. Desnoods tot het evenwijdig met de neus staat, aan de verkeerde kant van de mast dus. Het Flat Earth-zeiltje kan dit ook dankzij de stagen die onder de giek aan de mast vast zitten. Ik weet dat er en hoop discussie is onder kajakzeilers over een volledig roterende giek, maar voorlopig hou ik het maar zo. 



Zeiltje kan helemaal naar voren draaien

Plat
Rest nog de vraag hoe ik de mast weer plat krijg. Dan blijkt tot nu toe eenvoudig te kunnen door je peddelblad onder de giek te houden en met een snelle ruk omhoog. Bij voorkeur natuurlijk tegen de wind in. Mocht de wind de mast vastdrukken tegen de pijp dan kan je met je peddelblad de mast een beetje extra naar voren duwen tot ie vrij omhoog kan glijden uit de pijp.
Overigens zorgt de giekneerhouder ervoor dat de mast bij het verlaten van de pijp niet als een kite honderd meter wegwaait. Deze lijn loopt door een ring laag op de mast en dan ook nog door een dekoogje vlakbij de mast zodat de mast niet ver weg kan vallen. Je hoeft alleen de neerhouder iets te vieren in het klemmetje zodat er ruimte ontstaat voor de giek en mast om omhoog te komen uit het gat. Nog een tweede voordeel is dat een strak gezette giekneerhouder ook de mast belet om ongewenst uit de pijp te glijden, met name tijdens het eskimoteren.

Het opbergen gaat volgens de gebruikelijke methode: ik steek de mast door een rubber stuk slang voorop mijn dek (bij gebrek aan een vast mastvoetje), vouw het zeiltje in en span er bij de kuip een stuk elastiek over. Klaar is kees. 




Kan ik de doorgestoken mast aanbevelen? Nee! Het is een hoop werk en geëxperimenteer en een apart tuig maken is ongeveer net zo duur als een complete set kopen. De pijp kan in de weg zitten bij het volstouwen van je voorcompartiment. Gebruik dan alleen lange, smalle spullen die er nog langs kunnen schuiven, zoals je tent. Een kanokennis van mij bij Never Dry in Rotterdam vaart met een Tiderace met zeer bolle kop. Hij vindt zo'n pijp bezwaarlijk omdat hij dan al die stouwruimte voorin niet goed denkt te kunnen benutten. Maar ja, als het zaakje eenmaal werkt, heb je wel een erg strak dek zonder twee zijstagen, een voorstag noch een achterstag. Dat ruimt aardig op. En zeer geschikt voor lange mensen met lange peddelslagen.



Het eindresultaat. Het klauwlijntje aan het einde van de giek moet ik nog verlengen

Nog een laatste pleidooi voor een doorgestoken mast en dus een iets moeizamer opzetten en strijken is dat het niet vaak voorkomt dat je pas onderweg besluit een zeiltje op te zetten. Meestal doe je dit aan de kant, met in acht name van de windverwachting. En waait het stevig, dan kan ik altijd nog besluiten om het Falcon-zeil te verwisselen voor een iets vergevingsgezinder Flat Earth-zeil. Die wissel duurt hooguit twee minuten.  



Links: Het Flat Earth-zeiltje op mijn zelfgemaakte mast, geschikt voor een Falcon-zeil. Het zeiltje staat te hoog. Rechts: het Falcon-zeil op dezelfde mast. Onder: Het Flat Earth-zeiltje op de zelfgemaakte mast maar dan verlaagd. Zo moet het worden. De klauwlijn is niet origineel, maar zit er toch op vanwege de speciale manier van opdrukken van de mast (zie tekst hierboven).






zaterdag 19 januari 2019

Disclaimer

Voor alle foto's van derden is geprobeerd de rechthebbenden te vinden. Waar mogelijk is de bron vermeld. Voor alle foto's geldt het beeld-citaatrecht. Dat wil zeggen dat deze foto's vrij van rechten zijn omdat deze afbeeldingen onlosmakelijk zijn verbonden met de tekst. Zonder deze specifieke foto's zou de tekst minder gemakkelijk zijn te begrijpen. De achtergronden van deze foto's komen ook uitgebreid aan de orde in de tekst. 
De computerillustraties zijn van mijn hand.

Verder heb ik geen enkele relatie met fabrikanten van kajakzeiltjes. Wel heb ik drie jaar geleden een kajakzeiltje van Flat Earth bij de Nederlandse importeur Axel Schoevers gekocht. Eind 2018 heb ik een zeiltje van Falcon besteld via internet. Alleen het zeiltje, het tuig heb ik zelf gemaakt om mij moverende redenen die ik graag nog een keer uitleg op deze blog.  
Mijn meningen over kajakzeiltjes zijn louter gebaseerd op eigen ervaringen, reviews, andere blogs en eigen gedachten. Dat ik eigenlijk alleen Falcon en Flat Earth aanbeveel is dus puur mijn eigen idee, ingegeven door drie jaar ervaring en honderden uren koekeloeren op internet. Ik heb ook naar concurrerende zeiltjes gekeken, die naar mijn mening te onhandig zijn, te groot voor flinke wind op groot water, een enorme bende aan dek veroorzaken door mastsledes, outriggers en zwaarden of die nauwelijks op halve wind komen. Laat staat aan de wind. Maar wie wil spelevaren op een zomerse kalme dag langs de waterkant en het niet erg vindt om eerst een half uur te sleutelen alvorens te vertrekken, kan zeer zeker deze zeiltjes gebruiken. Kijk op YouTube bij 'kayaksailing' en je komt er heel wat tegen. De goedkoopste is het popup-zeiltje van Windpaddle, te koop bij Arjan Bloem voor een paar tientjes. Wel heel hanteerbaar, maar alleen voor rustige wind in de rug. In het topsegment van de markt vind je onder andere de zeilen van het gerenommeerde merk Hobie. Maar ook deze naar mijn overtuiging te groot voor harde wind op een zeekajak zonder outriggers. Bovendien lijken deze mij het peddelen aardig in de weg te zitten. Je kunt ze wel reven met een rolsysteem rond de mast, maar ik heb geen idee wat er dan overblijft van de zeileigenschappen als je scherp aan de wind moet varen.

Berend Schilder

Het simpele tuig van een kajakzeil

Hier zien we het simpele tuig van een goed kajakzeil. In dit geval een Flat Earth-zeiltje, maar een Falcon-zeiltje heeft grotendeels dezelfde aanpak. De bediening kan volledig vanuit de kuip, met twee lijnen van ongeveer 3 millimeter.




In opgevouwen toestand ligt het zeiltje plat aan dek. Voor het opzetten gooi je de mast omhoog en tegelijk trek je aan de voorstag. Staat het zeil rechtop dan zet je de voorstag vast in het klemmetje. De zijstagen en achterstag staan nu automatisch strak. Trek de schootlijn aan tot de gewenste lengte en zet die ook vast in het klemmetje. Klaar is kees.
Het platgooien gaat nog eenvoudiger: trek de voorstag los uit het klemmetje en het zeil valt vanzelf naar je toe. Bundel het zeiltje samen, doe er een elastiek overheen om het zeil vast te zetten en klaar.

De mastvoet is zo gemaakt dat je
  • deze er gemakkelijk af kan halen zodat het complete zeiltje van de boot komt,
  • deze in alle richtingen kan draaien. Zowel horizontaal als verticaal. Driedimensionaal dus.
Mastvoetje van een Flat Earth-zeiltje.



Het onderste plaatje moet permanent worden vastgezet op het dek met twee boutjes en moertjes. Het bovenste plaatje met rubberen steeltje draai je op de onderplaat. Het mastje zit over het rubber steeltje heen geschoven. Dit kan er niet afvallen zolang de zijstagen vastzitten. Uiteraard koppel je de zijstagen en achterstag af als je het zeiltje wilt weghalen.


Foto: flatearth kayaksails

Hier zien we een standaard Flat Earth-zeiltuig in het echt. De rode voorstag loopt over een wieltje helemaal terug naar de kuip. De zwarte lijn is de schoot om de zeilstand te bepalen. Ook deze loopt naar de kuip. 
Let op het zwarte stuk elastiek in de voorstag, vlakbij de mast. De mast kan hierdoor wat achteruit rekken bij harde windstoten, waardoor er speling op de zijstagen komt. Het zeil zal dan iets opzij hellen om de plotselinge druk op te vangen. Ik heb dit ook gedaan in het begin maar heb het elastiek al gauw verwijderd. Een wiebelige mast betekent ook snelheidsverlies doordat veel wind over het schuine zeiltje zal wegvliegen. Na verloop van tijd kan je de rukwinden zelf wel opvangen met een beetje leunen. Zo blijft je zeil rechtop voor maximale windgrip.








Kajakzeilen voor dummies (1)

Hier komen de grondbeginselen van het kajakzeilen aan bod. Lees eerst 'Zeilen voor dummies' want ik ga ervanuit dat je inmiddels weet wat zeilen is in het algemeen.

Je kunt dit verhaaltje ook overslaan en gewoon lekker zelf klooien op vlak water. Begin dan met windkracht 2 à 3. Dan heb je net genoeg wind om aan te voelen wat het gebeurt zonder gevaar dat je kapseist.
Ben je uitgespeeld, dan is deze tekst toch wel nuttig om nog eens te lezen.


  • Trek je zeiltje op als je met je neus in de wind ligt. Of zorg in ieder geval dat je schoot slap blijft wanneer het zeiltje omhoog komt. Anders vang je meteen wind terwijl je nog stil ligt. Dat geeft een vervelende ruk aan je kajak.
  • Peddel eerst recht naar voren tegen de wind in.
  • Heb je eenmaal wat gang, stuur dan iets van de wind af. Het zeil zal wind pakken en geleidelijk de kajak naar voren gaan trekken zonder harde ruk. Zie dit Youtubefilmpje https://youtu.be/GyjSl6EfM7I van de geoefende kajakzeiler Gnarlydog uit Australië die vanuit stilstand meteen wind pakt en omslaat (vanaf 1 min. 40 sec.). Waarschijnlijk was hij overeind gebleven met alvast een beetje snelheid. 
  • De juiste stand van je zeil zie je zodra er wat bobbels verschijnen vlak achter de mast. Dit betekent dat het zeil erbij hangt als een vlaggetje en niet veel meer doet. Trek nu het zeiltje een beetje in tot de bobbels verdwijnen. Je voelt het zeil 'pakken'. Trek het niet verder in.  
  • Als je kajak flink overhelt in stevige wind, probeer dan niet automatisch een steun te zetten aan de kant waar je naar toe dreigt te vallen. De klassieke steun in een golf werkt namelijk voor heel even - in combinatie met de heupzwaai - terwijl een windstoot veel langer aanhoudt. Peddelzeilers leunen daarom liever uit naar de wind toe, met een slepende peddelsteun voor het geval je te ver uitleunt of de wind wegvalt. En vergeet bij het leunen niet je boot mee te nemen met je bovenbeen tegen het dek. Anders heeft het leunen niet zo veel zin. Dus onthoud: liever niet steunen maar leunen!
Leunen aan de goede kant, met sleepsteun. Foto: Gnarlydog
 
Steunen aan de verkeerde kant, met de wind mee.
Onbetrouwbaar en het is ook beter je zeil rechtop te houden voor maximale windgrip





  • Pruts niet te veel aan je schoot, de lijntje tussen het zeil en je boot. Het kajakzeil is zo ontworpen dat een beetje schootlengte meer of minder geen bal uitmaakt voor de snelheid. Wedstrijdzeilers zijn constant bezig met hun schoot, maar peddelzeilers hebben daar geen mogelijkheid voor. Zij hebben hun beide handen hard nodig aan de peddel. Pas bij grote koerswijzigingen is het nodig de schoot iets te vieren of in te trekken. 
  • De belangrijkste wijziging van de schootlengte doet zich voor bij wind in de rug. Je zal het zeiltje helemaal uit laten staan zodat het haaks op de kajak staat. Welke kant maakt niks uit. Let heel goed op wanneer je bijvoorbeeld je zeil naar rechts hebt staan en je draait je kajak ook naar rechts. Opeens zal de wind ook achter het zeil komen. Dit is zichtbaar aan de bovenrand van het zeil dat plotseling iets omvouwt. Draai nog een millimeter verder dan zal het hele zeiltje omklappen naar links. Dit heet een klapgijp. Voor zeilers een hele toestand, maar voor peddelzeilers heel normaal. Vang de klap op met een peddelsteun op links. Dit is al voldoende want de wind van achteren zal de kajak nauwelijks doen hellen. Je hoeft dus niet te gaan uitleunen.
  • Sturen doe je in eerste instantie met je scheg. Scheg in: de kajak zal langzaam maar zeker opdraaien in de wind ('oploeven'). Scheg naar beneden: de boot zal van de wind afdraaien ('afvallen'). Ergens in het midden ligt het perfecte balanspunt voor rechtdoor varen. Voor hardnekkig oploeven bestaat maar een remedie: leg wat meer gewicht achterin dan voorin. Hierdoor steekt je scheg dieper en heb je sowieso wat meer waterverplaatsing achterin. Je kont ligt dus vaster in het water, waardoor de neus minder zal opdraaien in de wind. Voor constant afvallen, leg meer bagage voorin. Je kont komt dan omhoog en zal door de wind worden weggezet. Zo draait je neus iets meer in de wind.
  • Sturen om snel uit te wijken doe je met achterwaarts peddelroer. Is dat niet snel genoeg, dan botweg remmen met je uitgestoken peddelblad plus lekker uitleunen aan die kant. Succes gegarandeerd. Je ligt wel gelijk stil.
  • Kanten zoals gewone kajakvaarders dat doen heeft naar mijn ervaring niet zo veel effect, zeker niet als je scheg naar beneden staat. Ik denk dat kanten alleen zin heeft in combinatie met boogslagen, net als bij normaal kajakken. In flinke wind is dat voor peddelzeilers niet zo veilig. Misschien kan het wel als je voor de wind gaat. Zelf heb ik er zeer matige ervaringen mee, vooral in de surf. Achterwaarts peddelroer of domweg remmen aan een kant zijn veel effectiever.   

donderdag 17 januari 2019

Zeilen voor dummies

Wat is zeilen nou eigenlijk? Met een zeil buig je de wind om waardoor de kajak naar voren gaat. Zo meteen meer hierover. Allereerst is het handig om te weten dat je kan zeilen op verschillende koersen. Op iedere koers laat je je zeil wat uitvieren of trekt je 'm juist wat in. Iedere koers voelt voor een kajakzeiler totaal anders aan. De verschillen zijn veel voelbaarder dan op een zeiljacht, zeker als er golven staan. De koersen hebben ieder een eigen naam die essentieel zijn als je over kajakzeilen praat. Deze zijn:

Hier lig je met de kop in de wind. Er gebeurt niks, behalve dat je een hoop herrie hoort van het klapperende zeil.



De wind komt schuin van voren
De wind komt van opzij

De wind komt schuin van achteren


De wind komt pal van achteren. Het zeiltje staat voor de wind helemaal uitgevierd, naar links of naar rechts.  


Echt zeilen
Wat je misschien opvalt is dat een zeiltje bij ruime wind of voor de wind in feite alleen maar wind vangt. Je zou op deze koersen net zo goed je jas kunnen spreiden of een windzak kunnen ophouden. 




Echt zeilen doe je pas bij halve wind en vooral aan de wind (schuin tegen de wind in). Het blijft een mysterieus iets: de wind lijkt je te hinderen, maar je gaat toch lekker vooruit. Wat gebeurt er dan precies op deze koersen? 

Kijk eens naar de vleugel van een vliegtuig. Zeilen en vliegen zijn zo'n beetje hetzelfde. Hier zie je een vleugel:


De vleugel is van voren wat bol waardoor bij flinke snelheid de wind aan de bovenkant omhoog wordt gedrukt. Het duurt heel even voordat de wind weer terugkomt naar de vleugel. In die kleine ruimte, waar heel even geen wind is, zelfs geen lucht, heerst geen enkele druk. Er heerst daar een vacuüm. De vleugel wordt in dat vacuüm omhoog gezogen, alsof er een grote stofzuiger boven hangt. Als de vleugels lang genoeg zijn en het vliegtuig gaat hard genoeg, is de zuiging zo gruwelijk sterk dat je er 300 mensen met bagage mee omhoog krijgt, tot boven de Mount Everest. Ongelooflijk!

Je kunt dit volgende plaatje ook zien als een vleugel, waar je dan van boven op kijkt. Dat ziet er zo uit:
De 'vliegtuigvleugel' bungelt hier ook in de wind maar nu heeft de peddelzeiler zijn 'vleugel' - ofwel zeiltje - behoorlijk ingetrokken. De wind blaast daardoor zijdelings in het zeil. We varen nu halve wind. Door weer die bolling wordt de wind aan de achterkant even opgestuwd, wat ook hier een vacuüm veroorzaakt waar het zeil in wordt gezogen. Zoals je ziet, trekt dat vacuüm de kajak eigenlijk naar rechts en een beetje schuin naar voren. Maar gelukkig wil een kajak door zijn flinke lengte niet graag opzij en zal hij daarom vooral recht naar voren gaan. Dat is de weg van de minste weerstand. 

Overigens, de wind blaast natuurlijk ook aan de voorkant in het zeil (hier de linkerkant van het zeil). Net zoals een vliegtuigvleugel aan de onderkant de wind een beetje naar beneden drukt waardoor de vleugel zichzelf omhoog duwt, zoals je voelt met je gestrekte hand uit het autoraam op de rijksweg. Kantel je hand ietsje en je hele arm vliegt omhoog. Maar dat is minder belangrijk. Een vliegtuig zou nooit opstijgen als de vleugels een vlakke plank zouden zijn en alleen maar een beetje naar beneden gekanteld. Het helpt natuurlijk wel, maar is bij lange na niet voldoende. 
Ook helpt het afketsen van de wind wel bij zeilen want het zeil dwingt de wind het hoekje om naar achteren en wordt daardoor zelf wat naar voren geduwd, net als je hand uit het autoraam. Bovendien blaast de wind een lekkere bolling in het zeil wat het vacuüm aan de achterkant ten goede komt. Maar de meeste voorwaartse snelheid ontstaat toch wel door het vacuüm en daardoor zuiging aan de achterkant. Vandaar dat een zeil niet een plat stuk doek kan zijn, als een oud laken van je schoonmoeder. De juiste ingenaaide bolling - en nog veel meer - is onmisbaar voor voldoende zuigkracht aan de achterkant.

We zien hetzelfde effect bij een aan-de-windse koers, maar dan nog sterker omdat de wind gemakkelijker achter het zeil kan komen om daar over de bolling te razen om een nog sterker vacuüm te creëren. 

Vandaar dat zeilschepen bij een scherpe aan-de-windse koers (met dus de meeste vacuümkracht) meer last hebben van helling en dus schuiner gaan dan bij halve wind. Terwijl je zou zeggen dat een zeilschip meer helt bij wind van opzij. Nu weet je waarom het andersom is. Harde wind van opzij is dus minder spannend voor een beginnende kajakzeiler dan dezelfde wind schuin van voren. 
Er is echter één 'maar'. Als je het zeil bij halve wind te veel aantrekt, wordt de kracht aan de windzijde wel erg groot en heeft de wind meer moete om nog over de bolling aan de achterkant te waaien. Zo krijg je alsnog veel hellingkracht. De gouden regel is dat je het zeil niet verder aantrekt dan nodig. Laat het zeil eerst even een beetje wapperen in de wind (er komen bobbels vlak achter de mast) en trekt hem dan ietsje aan. Klaar. Niet meer aankomen.

Gijpen en overstag
Tot slot nog iets over gijpen en overstag, twee termen die iedereen wel eens heeft gehoord. 
Bij overstag gaan, vaar je eerst schuin tegen de wind in (aan-de-wind). Dan draai je de boot verder pal tegen de wind in en nog verder tot je weer schuin tegen de wind in vaart maar dan komt de wind van de andere kant. Dit kun je zo vaak doen als je wilt. Zo vaar je zigzaggend tegen de wind in. Met een kajak onder zeil is het maar de vraag of je niet beter je zeiltje plat kunt gooien en gewoon recht tegen de wind in kunt peddelen als je einddoel daar ligt. Uit proeven blijkt telkens dat de peddelzeiler en de gewone kajakker ongeveer gelijktijdig aankomen De kajakzeiler gaat wel wat harder met veel lichter peddelen maar moet zigzaggen. Dat kost tijd. 
Bij gijpen komt de wind eerst precies van achteren. Je zeiltje staat helemaal uit, haaks op de kajak. Bijvoorbeeld naar rechts. Draai je de boot nu ook wat naar rechts, dan zal de wind enigszins achter het zeil kruipen. Draai je nog wat verder, dan zal de wind het zeil plotseling omblazen naar links. Op zeiljachten een hele toestand omdat de giek de halve bemanning overboord kan slaan als ze vergeten te bukken. Kajakzeilers hebben hier geen probleem mee omdat het zeiltje en de giek verder naar voren staan waardoor het hele zaakje hen nooit kan raken. Zij vangen alleen de klap even op met een peddelsteun (aan de linkerkant in dit geval). Zie ook 'Kajakzeilen voor dummies'.
Gijpen komt vaak voor bij kajakzeilers die voor de wind gaan op flinke surf. Immers, op de surf is het lastig om mooi rechtuit te varen. Voor je het weet dweil je even wat opzij, naar de kant waar het zeiltje ook uit staat. Een typisch gijpmomentje. Ik probeer daarom altijd de andere kant op te dweilen... 



woensdag 16 januari 2019

Gewoon peddelen versus peddelzeilen

Heeft het nou nut, dat peddelzeilen? Zie dit filmpje: https://youtu.be/pj2P-kWFYXY
Deze test is gedaan onder de meest ongunstige omstandigheden voor peddelzeilers: scherp aan de wind met een lullig licht briesje. Toch is het verschil duidelijk te zien aan de hartslagmeter van deze kajakker.
Op halve wind of ruime wind en een iets grotere windkracht zal het verschil zeker nog veel groter zijn. De hartslag van deze kajakker zou dan dalen tot nul :))

Zie 'Kajakzeilen voor dummies' voor meer techniek. Het verschil met gewoon kajakken is niet zo groot. Wees gerust.

dinsdag 15 januari 2019

Kajakzeilen met een Flat Earth-zeil

Het Flat Earth-zeiltje is van een bijzonder ontwerp dat blijft intrigeren. Hier een wat dromerig YouTube-filmpje met een cliché muziekje erbij van drie peddelzeilers langs de Britse kust tijdens een rustige tocht. Ze maken ook nog een vlotje. 
https://youtu.be/WNdhZx10HO4

Flat Earth heeft gekozen voor een laag zeiltje. Dat geeft iets meer stabiliteit en is vooral handig bij het strijken van het mastje. In opgevouwen toestand komt het zeiltje dan niet te ver langs de kuip waar het tijdens het peddelen soms in de weg zou zitten. Om toch aan voldoende oppervlak te komen, is er een buigzame spriet in het zeil genaaid die het zeil bovenin wat verder naar achteren houdt. Bovendien is het aluminium giekje ook ingenaaid met daaronder nog een extra flap waar de schoot aan vast zit.

Flat Earth zeil met ingenaaide spriet en giek (blauwe zoom)



Het resultaat is een zeil dat bijna overal even bol is. Dit lijkt niet op het bekende profiel van een vliegtuigvleugel, zoals dat van het Falcon-zeil en de meeste moderne zeilen op jachten. Bovendien is het zeil behoorlijk spiraal-vormig (veel 'twist'). Hierdoor kan de wind snel omhoog draaien en ontsnappen via de bovenkant. De nogal gelijkmatige bolling over het hele zeiltje verdeeld, betekent naar mijn idee ook minder vacuüm achter het zeiltje en daardoor minder trekkracht en dus ook minder hellingkracht.  


Spiraalvormig en door de ingenaaide spriet bijna overal even bolvormig.

Het Flat Earth-zeiltje is naar mijn ervaring daardoor wat minder snel, komt iets minder scherp aan de wind maar is wel vergevingsgezinder dan een Falcon-zeiltje. Een aardig voorbeeld staat op YouTube: https://www.youtube.com/watch?v=J6GLvY5DPss
De slow motion-beelden zijn jammer want zo zie je de snelheid niet. Deze kajakker begint aan de wind en buigt dan af naar een ruime koers. De wind is 10 meter per seconde. Toch kan hij nog gewoon meepeddelen.

De vergevingsgezindheid van een Flat Earth-zeiltje is logisch, gezien de herkomst uit Australië waar de eerste moderne peddelzeilers de voorlopers van Flat Earth uitprobeerden op de woeste Tasmaanse Zee. Dan wil je niet alleen snelheid, maar vooral ook stabiliteit en hanteerbaarheid! Dit is ook altijd de leidraad geweest van Flat Earth.


Bass Strait, Tasmaanse Zee, 2011. Links een zeiltje van Tim Parker uit Tasmanië met flexibele mast, rechts een zeiltje van het type Flat Earth.
Zelf heb ik een mast en giek gemaakt waar ik zowel een Falcon- als een Flat Earth-zeiltje op kan zetten. De eerste voor matige wind, de tweede voor harde wind. Misschien word ik steeds beter en zal ik het Flat Earth-zeiltje minder gaan gebruiken. Tot nu toe is mijn record met een Flat Earth windkracht 6 op de Kralingse Plas in Rotterdam, met uitschieters naar 7, op 9 februari 2019. Wel Heftig, het ging keihard maar ik kwam nauwelijks in de problemen met de stabiliteit. Met een Falcon zou ik dat nu absoluut nog niet durven. De fabrikant van Flat Earth adviseert overigens niet verder te gaan dan eind windkracht 5. To be on the safe side... 

Tot slot nog een mooi filmpje op Vimeo, met twee Flat Earth-kajakzeilers die eerst voor de wind gaan en daarna halve wind, met maximaal 21.9 kilometer per uur (volgens eigen metingen die ik een beetje ongeloofwaardig vind als je naar het filmpje kijkt). https://vimeo.com/108073561

Dit alles met heel veel dank aan Mick MacRobb, de ontwerper van het Flat Earth-zeiltje. Door zijn ervaringen op de Tasmaanse Zee, zijn bezetenheid en enorme inzet is er een kajakzeiltje dat ver uittorent boven de meeste andere 'zeiltjes'. Met recht een zeewaardig zeil voor kajakkers! Vele adviezen van betrokken collega-kajakzeilers om het zeiltje wat sneller te maken, legde hij meestal naast zich neer uit vrees dat zijn zeiltje dan onveilig zou worden in harde wind op ruwe zee. Zijn visie was altijd dat iedereen ermee overweg moest kunnen in diverse omstandigheden. MacRobb overleed vroegtijdig in 2016 aan kanker. Moge hij in vrede rusten.



Bron: Flat Earth Sails Australië