Pagina's

donderdag 7 maart 2019

Ja hoor, een kapseis!

Ja hoor, ik ben omgeslagen. Met een Falcon-zeiltje. Wel een beetje mijn eigen schuld. Heel erg mijn eigen schuld. Helaas geen foto's want het gebeurde in het pikkedonker.
Op mijn vaste clubavond van Never Dry aan de Kralingse Plas in Rotterdam was op 6 maart 2019 alleen Iede mijn vaste kameraad aanwezig. Hij wilde wel varen, ik ook een beetje, maar ik was net hersteld van een gemene bronchitis dus riep ik op voorhand dat ik het 'rustig aan' wilde doen. Misschien dat ik daarom mijn Falcon-zeiltje opzette. Dan hoefde ik niet zo hard aan de bak.

Laveren
De wind was draaierig, viel soms helemaal weg en stak dan weer even op met eind windkracht 3. Eerst een stuk op halve wind, toen voor de wind, weer halve wind en het laatste stuk tegenwind. Ik maakte aanstalten op mijn zeiltje plat te gooien toen Iede uitdagend begon te roepen dat hij mijn blogs had bestudeerd en dat hij nu wel eens wilde zien hoe ik zou laveren tegen de wind. Dus vooruit, in het pikkedonker draaide ik op goed geluk van de wind af. Ik zag geen klap, dus evenmin of mijn zeiltje wel goed stond. En toen gebeurde het...
Een flinke windstoot kwam opeens van opzij, terwijl ik mijn zeiltje waarschijnlijk nog te dicht had staan vanwege de aan-de-windse koers. Een klassiek probleem waarvoor je altijd moet oppassen. Mijn Capella helde vervaarlijk over en ik dacht nog 'Jongen, je hebt nog een beetje bronchitis, je hoeft dit gevecht niet te leveren'. Dus besloot ik de schoot los te gooien. Dat deed ik iets te snel met als gevolg dat de hele santekraam nog vervaarlijker de andere kant op helde. Ik deed nog een slappe poging om te scullen (waarom geen hoge steun???) maar voelde al dat het onvermijdelijke ging gebeuren. Ik vond het eigenlijk wel best. Op de een of andere manier had ik wel de behoefte om eens lekker om te gaan. En zo geschiedde. Dankzij het zeil dat nu plat op het water lag, leek het of ik even op m'n zij bleef hangen. Daarna zakte ik heel langzaam verder naar beneden. Opeens herinnerde ik mij dat ik mijn brillenkoordje niet droeg. Dus drukte ik onder water met een hand mijn peperdure, gloednieuwe bril vast op mijn hoofd. En dus kwam ik niet toe aan een rol of zoiets. Het werd een wet exit.

Puntje
Iede vond het jammer. Ik had gewoon moet kloppen op de boot, dan had hij mij een puntje gegeven. Hij was immers vlakbij. Maar ja, ik vond mijn bril nog belangrijker. Iede wist zowaar de hele boot met zeiltje en al half terug te draaien om hem enigszins te legen. Hij kon natuurlijk alleen het verre puntje pakken zodat het zeil ongehinderd omhoog kon draaien. Na nog wat gehannes belandde ik weer in de boot met een heel hook. Iede vond het maar 'zo zo' gaan. 'Je hebt dat toch geoefend?' Ik merkte dat ik eigenlijk geen zin had om uit het water te komen. Ik vond het best lekker om even te ontspannen. M'n zwemvest drukte wel tegen m'n kin, ik had een Long John met goedkope anorak van € 34 (bij Declathon) aan, maar voelde me niet echt koud worden. Een wonder want later ontdekte ik dat ik de rits van mijn Long John open had gelaten om mijn pens te ruimte te geven.

Leuk
Enfin, spatzeil weer dicht, zeiltje alsnog plat en varen maar weer. Nu recht tegen de wind in zoals het hoort. Iede had het ondanks zijn strenge toon best naar zijn zin. Hij vindt het leuk om mensen uit het water te vissen. Volgens de juiste methoden. Het was inderdaad een goede reddingsoefening in het pikkedonker. 'Mijn week is weer goed!' schalde hij over het water.

maandag 4 maart 2019

Nice to know ofwel kajakzeilen voor nerds



Wie lekker wil kajakzeilen zonder gedoe, zou deze blog ook net zo lekker over kunnen slaan. Wie meer wil weten over de details van het kajakzeilen kan hier wel terecht. Ik heb nog niet alle antwoorden, maar kan wel duidelijk maken hoe ver je kan gaan met de details. Net als wedstrijdzeilers die werkelijk overal aan willen denken om 1 seconde eerder over de finishlijn te varen. Voor kajakzeilers geldt echter: ‘nice to know’. Zeker niet ‘need to know’. Tenzij je een wedstrijd wilt houden, maar dan zou ik een echte zeilboot kopen (met peddeltje voor de zekerheid).



Het meest intrigerende onderdeel van (kajak)zeilen voor de echte nerd is de aan-de-windse koers. Om schuin tegen de wind te varen, komt het aan op een goed zeil en voor kajakvaarders natuurlijk de mate van meepeddelen. Het moge duidelijk zijn (zie ook ‘Kajakzeilen voor dummies 2’) dat een jacht prima aan-de-wind kan zeilen, maar dat een zeilkajak dit minder goed kan en wat hulp nodig heeft van de peddelaar. Waarom?

  1. Het zeiloppervlak is naar verhouding een stuk kleiner dan dat van een jacht, rekening houdend met het grote verschil in waterverplaatsing.
  2. Een zeilkajak mist een fok voor extra windstroom en dus zuigkracht achter het zeil.
  3. Een goed kajakzeil loost behoorlijk wat wind om omslaan te voorkomen. Dit gaat ten koste van de snelheid bij met name aan-de-windse koers.
  4. De drift speelt geen rol dankzij de enorme lange waterlijn en geringe breedte van een kajak, afgezet tegen de geringe zijdruk van een zeiltje. Een kajak is in feite al een enorme scheg. De drift is te vergelijken met die van een zeilschip met kiel of zwaarden.



Hoe dan ook, een peddelzeiler moet meepeddelen bij een scherpe aan-de-windse koers (zeg ongeveer 35 graden van de wind af), wil hij harder gaan dan pakweg 3 kilometer per uur. Niet hard meepeddelen, maar wel wat. Zo kan hij snelheden behalen van 6 tot 10 kilometer per uur.

En juist hierin zit de magie. Er bestaat het vermoeden onder ervaren kajakzeilers dat de toegevoegde snelheid van de rustige peddelslagen plus de stuwkracht van het zeil tezamen meer snelheid opleveren dan de optelsom van de afzonderlijke krachtbronnen. Er zit blijkbaar een mysterieuze ‘derde kracht’ verborgen in de kajak.

Het schijnt dat motorzeilers hetzelfde meemaken (motor + zeil = meer dan alleen de motor of alleen het zeil bij elkaar opgeteld).

De verklaring moet zijn dat het zeil beter presteert als het wordt geholpen door een motor of peddelaar. Ik bedoel dus nog meer geholpen dan alleen door de extra snelheid vanwege een extra krachtbron. Kennelijk krijgt het zeil meer ‘lift’ waardoor je meer cadeau krijgt dan alleen je toegevoegde peddelslagen.

Iedere expert zal dit bevestigen, maar ik moet eerlijk zeggen dat ik het zelf niet goed kan inschatten. Ik denk dat het waar is, maar kan het nog niet bewijzen. Ik heb wel eens een stukje drie keer aan-de-wind gepeddelzeild met een gps-meting – eerst alleen peddelen, dan alleen zeilen en daarna peddelen plus zeilen – maar dat is nog geen bewijs voor de geheimzinnige derde kracht. Ik zag wel extra snelheid op de gps in de derde ronde, maar dat kan ik ook onbewust zelf hebben gedaan, hopend op een gunstige uitslag. Vertrouw jezelf nooit!



En zo kwam ik op het idee op een experiment te houden met een betrouwbare krachtbron, de motor. Ik wil drie keer dezelfde koers aan-de-wind varen met een motorsailor. Met motor, met zeil en daarna met beide. Ik plaatste onlangs een oproep op zeilersforum.nl, een van de meest actieve fora voor totale zeilnerds. De vraag luidde, vrij vertaald, ‘Wie wil mij meenemen op zijn motorjacht voor dit experiment?’ Dat heb ik geweten. Niemand meldde zich als vrijwilliger, maar velen toonden wel betrokkenheid door met zeer uitgebreide adviezen, analyses, meningen en formules te komen met de nodige vectorberekeningen, polaire schema’s en de nodige hydrostatica. Ik was zwaar onder de indruk van de enorme kennis onder zeilers die net als ik ook maar een hobby hebben.

Ik zal de discussies hier niet over doen, de thread die ik begon dijde uit tot wel een kilometer lang, maar ik heb wel conclusies getrokken. Die heb ik voorgelegd aan iedereen, zonder verder commentaar dus ik neem aan dat ik de juiste conclusies heb getrokken. Ik zal er hier een paar delen. 



1. Aan-de-wind peddelzeilen betekent dat je door het meepeddelen meer wind langs je zeil laat gaan. Je creëert 'je eigen wind'. Dat is goed.

2. De schijnbare wind kruipt echter met iedere peddelslag verder naar voren, waardoor je in feite nog scherper aan de wind peddelzeilt, ook al hou je keurig koers ten opzichte van de werkelijke wind. Er komen plooien in het voorlijk (te veel wind komt achter het zeil). Dat betekent krachtverlies van het zeil en dus vertraging van de bootsnelheid. Dus hoe harder je meepeddelt, des te minder het zeil nog meedoet. *



3. Door extra peddelkracht creëer je eigen wind, wat meer zijdelingse druk van het zeil oplevert maar daardoor krijg je ook meer laterale weerstand over de hele lengte van de kajak. De kajak wordt zo een varende bandschuurmachine, wat de snelheid weer omlaag brengt. Dit geldt met name voor lichte wind. Bij hardere wind is het extra zeilrendement misschien groter dan het snelheidsverlies door meer laterale weerstand.




* Om dit te begrijpen, is het goed om te weten wat schijnbare wind is. De invloed is namelijk behoorlijk groot.

Ligt een kajak stil dwars op de wind, dan komt de wind ook echt van opzij. Ga je peddelen, dan zal de wind ook een beetje voor voren komen. Zou je een vlaggetje hebben in de top van je zeiltje, dan wappert dit vlaggetje eerst gewoon mee met de zijwind. Ga je snelheid maken, dan zal het vlaggetje iets naar achteren draaien. Dit effect is de schijnbare wind. Deze schijnbare wind heb je op iedere koers. Lig je stil met de wind in de rug, dan zal de kajak al wat vooruit worden geblazen. Ga je meepeddelen, dan zal de wind steeds zwakker worden, totdat het windstil lijkt te worden. Je peddelt dan net zo hard als de wind waardoor je dan geen enkel profijt meer hebt van de wind.

De term ‘schijnbaar’ is een beetje verwarrend omdat de heersende wind op en rond de boot helemaal niet schijnbaar is. Deze wind is eigenlijk op dat moment de werkelijke wind waar je mee te maken hebt, ook al is de officiële windrichting van het KNMI anders. 

De dramatische gevolgen van schijnbare wind. Hier een voorbeeld uit de zeilerij, met veel te hoge bootsnelheid maar dit maakt wel duidelijk hoe groot het effect is, ook bij lagere snelheden. AWA = Apparant Wind Angle (schijnbare windrichting), TWA = True Wind Angle (werkelijke windrichting).  Bij een snelheid van 18,5 km/uur op halve wind zou de wind dus maar liefst 45 graden opschuiven naar voren. Bron: Zeilersforum.nl en SailAid.

In wezen is dit hele verhaal natuurlijk puur theorie, leuk voor nerds. In de praktijk is de zoektocht naar de mysterieuze 'derde kracht' een beetje onzinnig. Om te beginnen peddel je aan-de-wind met een zeiltje nooit precies hetzelfde als zonder zeiltje, zeker niet als het flink waait. Je moet met een zeiltje meer op je balans letten, af en toe roer geven en soms een boogslag maken. Bovendien zal de 'derde kracht' al gauw verdwijnen in de golven die schuin van voren komen en de kajak soms even behoorlijk afremmen. Hoe harder je gaat, des groter de impact van de golven. 
Verder is het effect van de schijnbare wind op een aan-de-windse koers nog desastreuzer dan op halve wind. Op halve wind heb je nog wat speelruimte met een wind die verder naar voren kruipt. Je zou dan je zeiltje iets verder kunnen intrekken om tegemoet te komen aan de scherpere wind. Maar als je al scherp aan de wind vaart, heb je die speelruimte niet. Je zeiltje staat al ver ingetrokken. Je kan dan maar beter niet te hard peddelen om te voorkomen dat de schijnbare wind bijna recht van voren komt. En daarmee vliegt het voordeel van de zogenaamde 'derde kracht' zo uit het raam!

Maar ja, ik wil toch weten hoe het zit met die 'derde kracht' en zal daarom het experiment wel houden. U hoort nog van mij.

Al met al is alleen de eerste conclusie hoopgevend voor de aanname dat peddelkracht plus zeilkracht tezamen meer snelheid oplevert dan de afzonderlijke bronnen bij elkaar opgeteld (bij aan-de-windse koersen). De extra lift van het zeil wordt echter behoorlijk ondermijnd door de laatste twee conclusies: de schijnbare wind die steeds verder naar voren kruipt tot voorbij een acceptabele aan-de-windse koers en de zijdelingse, schurende weerstand in het water. 
Tjd voor het experiment met een motorzeiler om dit te onderzoeken. U hoort nog van mij!

maandag 18 februari 2019

Falcon zeil in lichte wind, Grevelingen




Grevelingen, 17 februari 2019, ten westen van de Hompelvoet op weg naar Ouddorp. Cameraman Adrian Iorgu. Peddelzeiler Berend Schilder, met Falcon-zeiltje. Windkracht 3 (bijna), Zuidzuidwest.

Rollen zonder zeiltje

Rollen zonder zeiltje is voor mij nu nog een hele klus. Pas sinds kort lukt het zo af en toe. Gelukkig heeft medelid Sjaak-Jan van onze naburige kanovereniging RCC in Rotterdam mij een keertje gefilmd zodat ik kan zien wat ik toen - die ene keer - fout deed. Na goed kijken zag ik het opeens: op het moment van de sweep met mijn peddel draai ik het blad op het laatste moment nog ietsje naar beneden. Geen wonder dat de peddel tijdens de vegende beweging naar beneden zakt en nul steun biedt, de meest voorkomende fout van beginnende rollers.
Ik vind het sowieso lastig om ondersteboven hangend mijn peddel helemaal op het wateroppervlak te krijgen. Het lijkt wel alsof ik te stijf ben in mijn heupen en rug om ver genoeg naar boven te reiken. Met duikbrilletje zie ik precies hoe ver het wateroppervlak is en dat ziet er voor een lange man als ik uit alsof ik me omhoog moet werken uit de gezonken Koersk-duikboot op 800 meter diepte. De gedachte is dan: 'Dat gaat je nooit lukken!' Ik kan maar beter zonder brilletje oefenen. Hier het filmpje met de net verkeerde bladstand waardoor de peddel tijdens de draai veel te snel naar beneden zakt. Ik kom maar net boven. Pfff...


Dit soort filmpjes zijn ontzettend leerzaam. Je ziet precies wat je fout doet. Dat dringt misschien dieper door in je hersenpan dan een instructeur die achteraf vertelt wat er mis ging. Maar goed, deze fout zal ik niet meer maken. Op naar de volgende... Ik zie in het filmpje nog wel meer rare dingen. Mijn hoofd komt te vroeg omhoog doordat ik niet lang genoeg naar mijn peddelblad kijk. En de peddelsteel trilt tijdens de rol heen en weer ten teken dat ik veel te veel brutekracht zet. En dat komt weer doordat het blad wegzakt. En om over de heupzwaai nog maar te zwijgen. Die mag ook nog wel iets krachtiger. En misschien houd ik mijn linkerhand niet dicht genoeg bij mijn romp. Geen wonder als je reikende peddelblad wegzakt. En zo maak ik mezelf gek. Filmpjes zijn eigenlijk helemaal niet leuk.

zondag 17 februari 2019

Grevelingen, rondje Hompelvoet

Een prachtige zondag, 17 februari 2019, op de Grevelingen. Met een groepje Never Dry-leden. Als enige had ik het gewaagd mijn Falcon-zeiltje voor het eerst uit te proberen op groot water. De voorspelling was windkracht 4, maar het werd niet meer dan een krappe 3. Onze Roemeense vriend Adrian Iorgu ging ook mee en filmde soms even met een GoPro op zijn helm. Ik had geen idee hoe het Falcon-zeiltje zich zou houden op groot water. Na een winter van ontwerpen, lamineren en weet-ik-niet-veel-wat wilde ik wel eens waar voor de moeite en het geld zien. Als het maar niet meteen hard waaide!

We gingen te water op het strandje van restaurant Twist, vlakbij de Grevelingendam. We zouden eerst oostwaarts gaan en dan afzakken om de Hompelvoet te ronden, lunch op de Archipel en dan weer terug naar het strandje bij de auto's. De wind was zuid dus we hadden meteen halve wind op onze beginkoers naar  het oosten. De wind pakte heel rustig het zeiltje en na een piepklein rukje kwam de vaart er al in. Het ging nog behoorlijk hard voor zo weinig wind. Mijn hemel, ik hoefde nauwelijks mee te peddelen. Mijn snelheid puur op het zeil lag bijna gelijk aan die van de groep, ik schat zo'n zes à zeven kilometer per uur. De goedbedoelde opmerkingen schalden over het water. 'Hé, luie donder, haal die grijns van je gezicht.' Ik kon wel een beetje juichen. De verhalen van Falcon-peddelzeilers op de facebookpagina van leverancier Patrick Forrester waren niet overdreven.

Foto Adrian Iorgu, Grevelingen
Er is duidelijk verschil met deze lichte wind tussen een Falcon en Flat Earth-zeiltje, dat in deze omstandigheden toch wel trager is. De gevreesde kapseis-neigingen bleven uit. Het ging allemaal heel rustig.
Voorbij de Hompelvoet draaiden we naar het zuidoosten, met de wind iets schuin vanaf rechts (Zuidzuidoost). Tijd om de aan-de-windse koers te testen. Al laverend ging ik achter de groep aan. Zoals verwacht was ik nu niet sneller dan de groep maar ik hoefde nog steeds niet veel harder te peddelen. Het kompas zwalkte heen en weer van 145 tot 220 graden. Daarbinnen begon het zeiltje te flapperen dus ik kon niet scherper tegen de wind in dan die koersen. Ik kwam dus telkens 38 graden aan de wind. Niet slecht, maar net niet wat Falcon belooft, namelijk 30 graden. Wellicht is er iets meer wind nodig om dat te halen.

Richting Archipel, pal west, ging het weer heerlijk. Met twintig peddelslagen kwam ik daar aan, geheel uitgerust. Tijd voor de lunch. Bij het strandje vertrok net een andere groep kajakkers. Ik herkende een van hen als Ferry Arts, een van de weinige vaarders die ook een (Flat Earth) zeiltje voert. We hadden elkaar leren kennen via internet en dan is het een vreemde gewaarwording om hem plotseling in het echt te zien. We gaven elkaar een hand, nog gezeten in onze kajaks.
Adrian vond op het eiland een grote spartelende zoetwaterkrab. Iede bracht de krabscharen tot vlak aan zijn lippen. Altijd een uitdaging... Ik trof in de bosjes een verlaten vogelnest aan met vijf flinke eieren en een dood kuikentje dat er half uitgekropen was. Een oogje bleef mij strak aankijken. Arme diertje.

Het laatste stuk verder om de Hompelvoet heen en dan noordwaarts terug naar de auto's, beloofde nog wat surf maar bij nader inzien stond de wind schuin van achteren. Een halve surf dan maar. Het maakte mij niks uit. Meneer Falcon ging wat verder uit en hupsakee, daar vloog ik weer. Nog steeds een zwak windje en toch al een behoorlijke snelheid met dit nieuwe zeil.
Ik moest een keer wachten op de groep. Dit ging heel eenvoudig door het zeil helemaal voor de mast te laten uitzwaaien. Dat kan alleen als je geen stagen hebt of stagen die onder de giek blijven. Nadat de groep bijeen was, trok ik het schootlijntje weer wat aan en daar ging het verder. De scheg helemaal naar beneden om ongewenst oploeven te voorkomen. Toch moest ik af en toe achterwaarts peddelroer geven om de boot op de halve surf op koers te houden. Een goede oefening. Veel mensen houden hun peddelblad niet ver genoeg naar achteren, bijna plat tegen de boot. Je merkt dat het roer minder effectief is als je het blad meer naar buiten houdt.
Terug bij het strandje mochten we terugkijken op een fantastische start van het zomerseizoen - al in februari - met zonnetje en een weldadige graad of veertien. En ik ben extra blij met mijn Falcon-zeiltje!

maandag 11 februari 2019

Rollen met een kajakzeil

Kan je rollen met een kajak als er een goed zeiltje op staat? Jazeker. Zelf kan ik nog niet goed rollen, laat staan met een zeiltje. Maar ik weet zeker dat het mij dit jaar (2019) gaat lukken. Ik ben er bijna, ik voel het!

Kijk eens naar dit filmpje op YouTube. In beeld is Patrick Forrester, eigenaar van Falcon Sails.
https://youtu.be/a8ANYekiqws Hij doet een re-entry met een Falcon-zeil.

Er zijn twee manieren om te eskimoteren met een zeil.

1e manier
De eerste is het meest trefzeker: haal onder water de voorschoot uit de klem voordat je de rol inzet. Zowel bij een Flat Earth-zeil als bij een Falcon-zeil zal dan de mast ruimte krijgen om naar je toe te komen. Er ontstaat dan genoeg ruimte in de zijstagen zodat de mast en het zeil opzij kantelen terwijl je rolt. Er is dan nauwelijks nog weerstand in het water. De kajakker komt boven met het zeiltje plat op het water. Zie het filmpje hierboven.
En hier zie je het ook duidelijk (rollen met een Flat Earth-zeil):



2e manier:
Een tweede manier is rollen waarbij je eerst de schoot losgooit. De mast blijft dan staan, maar het zeiltje zal meegeven. Ik denk dat je op die manier iets meer weerstand zal voelen dan bij de eerste methode (voorstag los). Het is misschien raadzaam om dan scullend omhoog te komen aan het wateropppervlak en daarna met een hoge steun omhoog komen. Al of niet met achterwaarts leunen op je dek.
In mijn geval zal ik deze manier onder de knie moeten krijgen omdat mijn mast is doorgestoken, zonder verstaging. Ik kan dus alleen mijn zeiltje losgooien.

Hier een filmpje van een kajakker die scullend omhoog komt met een groenlandpeddel en alleen de schoot van zijn zeiltje losgooit. Of zelfs dat niet eens, het is niet goed te zien. In veel gevallen zal het zeiltje tijdens een kapseis al ver genoeg uitstaan om geen last te veroorzaken bij het rollen. Alleen bij een kapseis tijdens een aan-de-windse koers met het zeiltje ver ingetrokken, zal je de schoot moeten losgooien.





woensdag 6 februari 2019

Oskar Speck: de man die 30.000 zeemijl peddelzeilde

Het verhaal van de Duitser Oskar Speck is een krankzinnig verhaal. Onvoorbereid en onbedoeld heeft hij het grootste avontuur aller tijden beleefd met een krakkemikkige, vooroorlogse kano met zeil.


Speck in zijn zeilkano, vermoedelijk in de buurt van Jakarta, gefotografeerd met zijn eigen camera gekocht met geld dat hij van een nazi had gekregen. Inclusief swastika voorop. 


  • Bankroet door de oorlog begon hij aan een kanoreis naar Cyprus waar hij een baantje zou zoeken in de kopermijnen.

  • Eenmaal op de Middellandse Zee besloot hij door te peddelen, met een zeiltje erbij.

  • Speck had altijd angst om te kapseizen. Hij kon niet zwemmen.

  • Het werd een tocht van 30.000 zeemijl in zeven jaar naar Australië. Dat record staat nog steeds.

  • In Australië kwam hij in het najaar van 1939 aan met een swastika op zijn zeil genaaid, niet wetend dat Hitler Polen was binnengevallen. Hij werd prompt zeven jaar geïnterneerd als vermeende nazi-spion. 

  • Speck bleef tot zijn dood in 1995 in Australië wonen en werken als handelaar bij een opaalmijn.

  • Hij heeft slechts een keer, in 1970, Duitsland nog eens bezocht.



Oskar Specks verhaal begint met zijn elektrotechnisch bedrijf in Hamburg. In 1931 ging hij door de ongekende crisis failliet en ontsloeg hij noodgedwongen zijn 21 medewerkers. Het jaar daarop besloot hij Duitsland vaarwel te zeggen en binnendoor langs Oostenrijk, Joegoslavië en Bulgarije te peddelen in een gammele kano. Het was een vouwkano die hij ‘Sunnschien’ doopte. Zijn enige ervaring met kanoën waren de spaarzame uurtjes op de meren rond Hamburg met zijn kanovereniging.

In Cyprus zou hij een baan kunnen vinden in een kopermijn, dacht hij. Maar op de Middellandse Zee begon hij te peddelzeilen met een grootzeiltje en fok. Hij had ook een enorm spatzeil gemaakt om de kolossale kuip enigszins af te dichten.

De trip zou op Cyprus eindigen, maar toen hij dat eiland betrad in 1933 was hij niet langer van plan een kopermijn te zoeken. In plaats daarvan smeedde hij een vaarplan richting de Perzische Golf en India. En zo vaarde hij door, levend op een rantsoen van ingeblikt vlees, gecondenseerde melk, kaas en chocolade.

Na een tocht van 48 uur zonder slaap arriveerde hij in Syrië waar hij de bus nam naar de rivier de Eufraat, met wellicht de vouwkano op het dak van die bus. Het enige stukje dat hij over land zou reizen. Vanaf de rivier peddelde hij door Irak richting Perzische Golf. Hij vertelde later dat hij toen werd overvallen door zwermen raven, gewapende kustbewoners en dieven die zijn kano stalen. Die kreeg hij pas terug nadat hij de plaatselijke politie smeergeld had betaald.

Eenmaal in de Golf peddelzeilde hij voor de lol achter haaien aan, maar hij leefde nog steeds op een karig rantsoen met weinig water, aangevuld met in zee drijvende dadels die van de bomen langs de kust waren gevallen. Ook verwaaide hij door de aflandige wind naar een onbewoond zandeiland waar hij veertien dagen rondhing met een ontbindend lijk als enige metgezel.

Ter hoogte van Iran liep hij voor het eerst malaria op, wat leidde tot een maandenlang oponthoud. Ondertussen wachtte hij op een nieuwe kano uit Duitsland omdat zijn eerste kano was verpletterd door zandstormen.

En zo strompelde hij min of min verder tot Pakistan, toen onder Brits bestuur. Hij kwam daar in contact met de hoge Britse militair Sir Norman Carter die gefascineerd was door Specks reis die inmiddels al twee jaar aan de gang was. Tevens hield hij zich ’s avonds op in Britse kroegen.




Speck werd aldus langzamerhand een bekende gekke kanovaarder uit Duitsland wat zeker niet altijd in zijn voordeel werkte. In India wilde hij het liefst via estuaria en pal langs de stranden varen, maar nieuwsgierige lokale mensen drongen zich op langs de riviermondingen. Hij voelde zich gedwongen verder buitengaats over de Indische Oceaan te peddelzeilen waar hij tot acht keer omsloeg zonder de zwemkunst machtig te zijn. Het was ook in India dat hij voor het eerst werd opgepakt op verdenking van spionage. Hij werd weliswaar twee dagen later weer vrijgelaten, maar de verdenkingen zouden nog lange tijd aan hem kleven.

Toch had hij ook voordeel van zijn naamsbekendheid. Aanvankelijk waren het Duitse vrienden en familieleden die af en toe geld stuurden, maar in India waren het Britse welgestelden met gevoel voor heroïek die zijn plannen voor een doorreis naar Australië verder financierden.

Oskar Speck 1907-1995


Hij peddelzeilde verder naar Jakarta waar een nazi hem verwelkomde en geld gaf. Waarschijnlijk om het nationaal-socialistische gedachtegoed te promoten. Het was deze man die Speck ook nog een swastikavlag gaf. Speck naaide deze op de fok. Van het geld kocht hij een filmcamera en een fototoestel. Gelukkig maar, want daardoor zijn er nog wat beelden van Speck bewaard gebleven, uitsluitend van zijn mijlen door Indonesische  wateren.



Ondertussen hadden de nazi’s in Duitsland lucht gekregen van Speck’s grote avontuur en zetten op hun beurt ook de propagandamachine aan. Dit keer in omgekeerde richting: Speck was een ‘gevluchte lafaard’ die zijn plicht had verzuimd om de ‘eer van het vroegere Duitsland te herstellen’. 

Het is onduidelijk of Speck dit wist. In ieder geval peddelzeilde hij weer verder langs diverse eilanden van Indonesië. Eilandbewoners zagen een soort God in hem, met zijn tovercamera’s, zo schreef Speck in brieven naar huis. Totdat bewoners van het eiland Lakor hem in zijn slaap oppakten, vastbonden en een uur lang vreselijk afranselden en gebaarden dat zij hem zouden onthoofden. De klappen leverden hem een gescheurd trommelvlies op. In de loop van de nacht kon hij ontsnappen en met zijn kano wegvaren terwijl boze bewoners woest naar hem schreeuwden vanaf het strand. Zij hadden geen boten om de achtervolging in te zetten. Speck peddelzeilde - ongetwijfeld getraumatiseerd - 1600 kilometer langs diverse missionarisposten voor medische hulp. Pas in Soerabaja vond hij een adequaat ziekenhuis. 

In deze tweede stad van Indonesië verbood het Nederlandse bestuur hem weer terug naar het oosten te varen door ‘Nederlandse’ territoriale wateren van Indonesië. Officieel omdat zij Specks veiligheid niet konden waarborgen, maar vermoedelijk ook omdat zij van deze vreemde Duitse snuiter af wilden. Hierdoor zag Speck zich gedwongen buitenom te varen via de noordkust van Nieuw Guinea richting Australië. Speck had geen flauw idee waarom de Hollanders zo vijandig deden. Dat was weer een aanwijzing dat hij evenmin enig benul had van de oplopende spanningen tussen Duitsland, Europa en de rest van de wereld. Vermoedelijk waren zijn familieleden in hun brieven daar ook niet duidelijk over. De inval in Tsjechië, de Anslüss van Oostenrijk, de inval van Polen en de acties tegen joden, in de brieven van zijn familie was daar volgens latere onderzoekers van het Nationaal Maritiem Museum van Australië niks over te lezen. Wel reageerde Speck nogal fel op een brief van zijn zus die hem verweet zich niet in te zetten voor het vaderland, wellicht ingegeven door de anti-propaganda van de nazi's. Speck raakte verbitterd en wees haar erop dat hij juist bezig was met een topprestatie namens Duitsland en dat hij daarvoor niet fysiek aanwezig hoefde te zijn in zijn thuisland. 

In juli 1939 bereikte hij de uiterste oostpunt van Nieuw-Guinea. Vandaar zakte hij af naar het zuiden, richting Australië, door de Straat van Torres. In het najaar peddelzeilde hij langs diverse Australische eilanden totdat hij in Saibai werd opgepakt door de Australische politie en vastgezet, weer op verdenking van spionage. Al gauw werd duidelijk dat dat wel meeviel. Een spion zou wel gek zijn om een opzichtige swastika op een kano te zetten. Specks brieven en dagboeken bleken na onderzoek door de politie ook geen politieke standpunten te bevatten maar toch hielden de Australiërs hem voor de zekerheid vast tot januari 1946. Zeven jaar lang verbleef hij in twee gevangenkampen, waar hij het leven van de bewaarders zuur maakte door uitgebreid te steggelen over zijn rechten en kwaliteit van het verblijf. 

Na zijn vrijlating vond Speck eindelijk een mijn waar hij werk kon krijgen. Dat was een opaalmijn ten noorden van Sydney, waar hij eerst steenkliever werd en later handelaar in opalen. Hij trouwde met een Australische en bezocht zijn thuisland nog een keer, in 1970. In 1995 overleed hij in Australië, 88 jaar oud.

Zijn roemruchte tocht is niet vergeten. Nog steeds zijn er Australiërs die de tocht vanuit Duitsland gedeeltelijk na doen. Onder betere omstandigheden, beter getraind, met een betere kajak en met een beter zeiltje.


Sandy Robson uit Australië deed de tocht gedeeltelijk over vanaf Duitsland, met een 'schamele' afstand van 23.000 kilometer. Ze gebruikte hiervoor een Flat Earth-zeiltje. Zie ook www.sandy-robson.com